Overslaan en naar de inhoud gaan

'Werkt minnelijk niet, ga dan snel door naar wettelijk'

'Werkt minnelijk niet, ga dan snel door naar wettelijk'

20 oktober 2020

In zijn laatste rapport stelde de Ombudsman vragen bij de overgang tussen Msnp en Wsnp. Voor hulpvragers is schuldhulp 'een hindernisbaan zonder finish', stelde Van Zutphen. De NVVK organiseerde daarom een bijeenkomst over dit onderwerp.

Onder leiding van NVVK-voorzitter Marco Florijn wisselden rechters, Wsnp-bewindvoerders en schuldhulpverleners met elkaar van gedachten over het onderwerp.

Hieronder een weergave van de inbreng van ombudsman Reinier van Zutphen.

Krijgt burger voldoende hulp?

Van Zutphen presenteerde de deelnemers aan de bijeenkomst de kern van het rapport dat hij opstelde. Met het onderzoek wilde hij antwoord krijgen op 2 vragen:

  1. In welke probleemsituatie komen burgers terecht als zij de weg naar de Wsnp niet weten te vinden óf als hun Wsnp-verzoek is afgewezen?
  2. Tegen welke praktische en formele knelpunten en belemmeringen lopen zij aan in hun pogingen om toegang te krijgen tot een Wsnp-traject? Worden zij wel voldoende geholpen om de weg daarnaartoe te vinden?

Sinds 2014 stromen steeds minder burgers in de wettelijke regeling die het mogelijk moet maken na drie jaar weer schuldenvrij te zijn: de Wet schuldsanering natuurlijke personen. In de periode 2014 – 2019 is het aantal mensen dat gebruik maakte van deze regeling met 62% (ongeveer 7.500 personen in 2019) gedaald. Deze daling wordt niet gecompenseerd door een stijging van het aantal minnelijke trajecten via de gemeentelijke schuldhulpverlening.

De Ombudsman vatte de problemen samen in deze illustratie: 

Te weinig hulp, ingewikkeld, traag 

Het rapport stelt dat er op drie fronten vertraging ontstaat:

  • Bij schuldhulpverleners, omdat schuldeisers geen medewerking verlenen, omdat gemeenten te weinig hulp en begeleiding zouden bieden en schuldhulpverleners slecht bereikbaar zouden zijn. Ook zouden (gemeentelijke) schuldhulpverleners deskundigheid en communicatieve vaardigheden missen. Volgens het rapport stellen zij zich passief op bij fraudeschulden. Ook verwijzen ze te weinig door naar de Wsnp.
  • Bij de rechter, omdat het indienen van een Wsnp-verzoek ingewikkeld is, ‘onbewuste fraude’-schulden (vanwege vergissingen en niet uit kwade opzet) een probleem vormen bij de toelating tot de Wsnpo en omdat de strenge voorwaarden het Wsnp-traject zwaar maken. Het traject zou weinig ruimte voor maatwerk bieden, en is moeilijk vol te houden zonder deskundige begeleiding (die vaak ontbreekt).
  • Bij de beschermingsbewindvoerder, omdat doorgeleiding naar Msnp of Wsnp lang op zich laat wachten, terwijl het toezicht van de rechter hierop niet heel alert is.

'Minnelijke regeling is waar het begint'

Tijdens de sessie benadrukte ombudsman Van Zutphen dat ook volgens hem schuldhulp moet beginnen in een minnelijk traject. “Er gebeuren veel mooie en goede dingen in de Msnp. De minnelijke regeling moet echt nummer 1 zijn. Met goede bijstand, eventueel met schuldenbewind, en als je het zelf kan dan stopt die begeleiding weer. Die filosofie deel ik. Maar als het niet lukt en als de indicaties er al snel zijn dat er iets anders aan de hand is, dat die minnelijke regeling volgens de deskundigen niet de oplossing voor het probleem is, dan moet de aansluiting naar de Wsnp sneller en beter."

"Er komen zeker in de komende tijd heel veel meer mensen met schulden bij. Die moeten allemaal geholpen worden, dus daar is zowel de Msnp als de Wsnp bij nodig. Mijn rapport is erop gericht dat al die honderdduizenden mensen in financiële problemen geholpen worden."

"De minnelijke regeling is belangrijk omdat hij ingebed is in het gemeentelijke domein. daar kan nog veel meer gebeuren dan alleen schuldhulp. Want dat gaat ook over: hoe woon je, de gezondheid van je kinderen, de jeugdzorg en alles wat daarbij hoort. Dat is het grote voordeel van de gemeente als meest nabije overheid voor de burger."

"Maar we weten dat er ook situaties zijn waarin dat uiteindelijk niet helpt. Dan moet je naar de wettelijke regeling kunnen. En die stap blijkt enorm te zijn. Natuurlijk, er zijn goede voorbeelden van gemeenten die zeggen: wij gaan met je mee naar de rechtbank, ze leggen het goed uit en vertellen goed wat er gaat gebeuren. Maar er zijn ook gemeenten waar het voor hulpvragers lijkt alsof ze opeens in een andere wereld terechtkomen. Die bijvoorbeeld zelf maar moeten zien hoe ze bij de rechtbank komen, terwijl ze geen geld hebben voor het openbaar vervoer. En dan komen ze daar en dan hebben ze de goede papieren niet bij zich… Daar hebben gemeenten een opdracht in, maar ook de rechtspraak trouwens.”

Deur dichtslaan

Van Zutphen is zelf jarenlang rechter geweest, vertelde hij de deelnemers aan de donderdagmiddagsessie. Rechters snakken naar meer beleidsruimte, stelde hij. “Heel veel rechters willen af van de regel dat je 10 jaar niet in de Wsnp mag als je bent veroordeeld wegens fraude. Je wilt graag mensen met schulden helpen. Het is voor een rechter ongelooflijk frustrerend om te moeten zeggen: het spijt mij heel erg, ik moet namens de wetgever deze deur voor uw neus dichtslaan."

"Als je het aan Recofa vraagt, denk ik dat al die insolventierechters diep in hun hart ook meer ruimte willen. Ruimte die meer respect toont voor de rechter als beslisser in moeilijke situaties. Het lijkt nu wel alsof er een algoritme aan het werk is bij monde van een rechter. Dat vind ik eigenlijk doodzonde, want daar zijn rechters veel te duur voor en daar zijn ze veel te goed voor.”

Weer meedoen

“Het gaat me erom dat mensen weer een schone lei krijgen, weer mee kunnen doen in de samenleving”, aldus Van Zutphen. “Als we dat kunnen bereiken zijn we echt een hele grote stap verder. Het rapport dat we schreven helpt daarbij, en ook deze bijeenkomst die door de NVVK is georganiseerd helpt om dit probleem een duwtje in de goede richting te geven.”