Half jaar BKR-registratie voor schuldhulp is volgens ons genoeg

Logo BKR.jpg20 november 2020

Wie vanaf 1 januari hulp van de gemeente accepteert vanwege schulden, wordt meteen geregistreerd bij BKR. Blijft die registratie net zo lang staan als bij een schuldregeling? En is het überhaupt wel gewenst dat hulpvragers jarenlang geregistreerd worden bij BKR? 

Onder de kop ‘Schuldhulp? U wordt geregistreerd’ schreef André Moerman op de site van Binnenlands Bestuur een prikkelende bijdrage over het thema. De vraag die hij opwerpt: zullen mensen vanaf 1 januari nog wel hulp van de gemeente willen accepteren? De wet bepaalt vanaf die datum namelijk dat het aanvaarden van de hulp meteen leidt tot een registratie bij BKR.

Registratie vanaf het begin

Op dit moment vindt registratie bij BKR pas plaats als de hulpvrager een schuldregelingsovereenkomst getekend heeft. Nadat de schuldregeling afgelopen is, blijft die registratie nog 3 jaar staan. De gewijzigde Wgs bepaalt dat vanaf 1 januari ook het aanvaarden van hulp (de gemeentelijke ‘beschikking’ om hulp te verlenen) bij BKR gemeld moet worden.

Daar zit inderdaad een probleem. Om twee redenen:

Rood stoplicht

1) Enige jaren geleden startten we met het registreren van schuldregelingsovereenkomsten omdat kredietbanken al langer door hen verstrekte saneringskredieten bij BKR registreerden. Schuldregelingsovereenkomsten en saneringskredieten gaan vaak over hetzelfde probleem, en daarom harmoniseerden we de registratie. Beiden staan voor 5 jaar geregistreerd. 

Het doel van de registratie is onomstreden: mensen beschermen tegen het aangaan van financiële verplichtingen die ze niet na kunnen komen. Dat voorkomt recidive. Kom je als kredietverstrekker een BKR-vermelding tegen? Dan ga je in gesprek met de kredietaanvrager om na te gaan hoe de situatie nu is. Het probleem is dat registratie in de praktijk werkt als een rood stoplicht: de kredietaanvrager komt voor een dichte deur te staan. Dat is niet altijd gewenst. We vinden dat kredietverstrekkers hier anders mee om moeten gaan.

Tegelijk dringen we er bij BKR al langer op aan de duur van de registratie gelijk te trekken met de duur van de BKR-vermelding na een geslaagd Wnsp-traject: 6 maanden. Tot nu toe toonde BKR zich niet bereid de termijn aan te passen.

Half jaar is genoeg

2) In tegenstelling tot de huidige situatie bepaalt de gewijzigde Wgs dat al bij het begin van het contact tussen hulpvrager en gemeente een registratie plaats moet vinden. Hier legt André Moerman terecht de vinger bij. Terecht, omdat het eerste contact in theorie ook als uitkomst kan hebben: we helpen u aan (bijvoorbeeld) een betalingsregeling, en u kunt het verder uitstekend zelf redden. 

Dan is een registratie gedurende 5 jaar inderdaad ongewenst. Daarom zijn we (samen met de VNG) nog in overleg met BKR over de werkwijze vanaf 1 januari. Onze inzet is om de beschikking op de hulpvraag slechts te registreren voor zolang de hulpvraag duurt plus 6 maanden na afloop. De Wgs geeft die ruimte ook. Artikel 17 van de wet verplicht de beschikking te delen met kredietverstrekkers - BKR dus. Maar in de toelichting staat dat er bewust geen bewaartermijn in de wet is opgenomen. “De betrokken organisaties kunnen hierover (dus over het delen van de informatie met BKR) nadere afspraken maken”, aldus de toelichting.

Schone lei

De 6 maanden-registratie is nuttig omdat het niet verstandig lijkt om direct nadat je hulp vroeg vanwege je schulden weer een grote financiële verplichting aan te gaan. Maar net als bij de Wsnp is een periode van 6 maanden na het beëindigen van de hulp voldoende. Daarna word je door de systemen weer ‘vergeten’ en heb je ook in dat opzicht weer een schone lei. Zoals het hoort.

« Terug

Archief > 2020 > november

Naar boven