Nieuwe staatssecretaris wil in gesprek over fraudebegrip

bas-van-t-wout.jpgwoensdag 09 september 2020

"Ik snap de discussie over het fraudebegrip heel goed", zei de nieuwe staatssecretaris Bas van 't Wout van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vorige week in de Tweede Kamer. "Het lijkt me prima om als Kamer over dat fraudebegrip te praten. Ik wil zelfs aanbieden om er als aftrap een brief over te sturen."

Van 't Wout reageerde daarmee op de Kamerleden die aandacht vroegen voor de mensen die in het sociaal domein het etiket 'fraudeur' opgeplakt krijgen. Veel mensen frauderen onbewust, bleek eerder uit de onderzoeken ‘Uitkeringsfraude in perspectief’ en ‘Geen fraudeur, toch boete’. Voor schuldhulpverleners maakt die situatie het moeilijker om schuldregelingen overeen te komen met de overheid. Ook het creëren van een stabiel inkomen, belangrijk om tot een schuldregeling te komen, wordt erdoor bemoeilijkt.

Denken over fraude is veranderd

"Wat is nou fraude?", vroeg Van 't Wout zich hardop af in het parlement. "Ik snap best dat die discussie plaatsvindt. Ik denk ook dat het denken erover door allerlei dingen die we gezien hebben in de samenleving, maar ook in de Kamer, wat aan het veranderen is. Ook ik zie echt wel dat het een groot verschil kan uitmaken of jij per ongeluk een formulier verkeerd hebt ingevuld. Dat kan bij deze overheid ook nog weleens gebeuren. Zelfs wij krijgen weleens formulieren van de overheid waarbij je toch drie keer moet kijken of het klopt zoals je het invult en of je snapt wat er staat. Dus ja, daar moeten we wat aan doen. Daar zijn ook acties op gericht."

Tegelijk stelde hij dat de discussie erover losstaat van de wijziging van de Participatiewet waar de Kamer op dat moment over debatteerde. Van 't Wout: "Dat heeft eigenlijk niks met dit wetsvoorstel te maken. Of je bezit hebt en vergeten bent dat op te geven of dat bewust hebt verzwegen, iedereen zal het erover eens zijn dat dat bezit eerst opgebruikt moet worden alvorens je een bijstandsuitkering krijgt. Dat zijn we aan het regelen."

Gesprek met de Kamer

Daarmee ging de staatssecretaris voorbij aan het feit dat in de gewijzigde wet een vordering vanwege fraude niet meer afgetrokken mag worden van het vermogen. Dat kan grote gevolgen hebben voor de beslissing om iemand wel of niet een uitkering te geven. De vraag 'wat is fraude' komt na de wetswijziging dus juist opnieuw in de schijnwerpers te staan.

Van 't Wout kondigde aan graag in gesprek te gaan met de Kamer over het fraudebegrip. "Ik wil zelfs aanbieden om er als aftrap een brief over te sturen, en om daarbij wat ervaringen van gemeentes en van handhavers mee te nemen, want ik snap deze discussie heel goed."

Doelbewust of vergissing

Tijdens het debat dienden Kamerleden twee amendementen in om het effect van onbedoelde fraude te beperken. Het amendement van Kamerlid Raemakers (D66) haalde het niet. Hij wilde bereiken dat fraudevorderingen alleen afgetrokken worden van het vermogen als vast staat dat er sprake is van opzet of grove schuld. "Je hebt natuurlijk een heel groot verschil zitten tussen een situatie waarin iemand doelbewust en intentioneel fraude pleegt en een situatie waarin iemand een keer per ongeluk een vergissing maakt of bijvoorbeeld iemand analfabeet is, dus niet goed kan lezen en schrijven en daardoor niet goed op de hoogte kan zijn van alle regels", stelde Raemakers tijdens het debat.

"Het bestrijden van fraude is in het belang van het draagvlak voor de sociale zekerheid, maar er bestaat een grijs gebied tussen fraude en een vergissing, waarbij deze wet in het nadeel uitvalt van hen die minder goed in staat zijn om volledig op de hoogte te zijn van alle regelgeving", aldus Raemakers. "Opzettelijke fraude is natuurlijk laakbaar, maar ik zou willen voorkomen dat iemand vanwege een vergissing wordt aangemerkt als fraudeur en hierdoor het recht op bijstand verliest."

‘Stevige kritiek' Raad van State

De Kamerleden Peters (CDA) en Bruins (CU() pleitten in een amendement ook voor een genuanceerdere omgang met fraudeurs, maar zij beperkten de werking van hun amendement tot mensen die schuldhulp hebben gevraagd. Vorderingen in het schuldenpakket mogen nu niet gesaneerd worden als er sprake is van fraude met een uitkering op basis van de Participatiewet. Het amendement bepaalt dat het verbod om mee te werken aan een schuldregeling voortaan alleen nog geldt voor vorderingen waarbij de informatieplicht is geschonden én waarbij sprake is geweest van vastgestelde opzet of grove schuld.

Dat amendement werd aangenomen, onder andere met steun van de SP. Kamerlid Jasper van Dijk benoemde in het debat dat ook de Raad van State in haar advies over de wijziging van de Participatiewet “stevige kritiek” had op de afbakening van het fraudebegrip. Van Dijk: “Fraude betekent in het normale spraakgebruik ‘bedrog’ en veronderstelt opzet, terwijl alle vorderingen wegens schending van de inlichtingenplicht aangeduid worden als fraudevorderingen. De hele papierwinkel voor mensen in de Participatiewet is ingewikkeld genoeg. Het is niet raar dat er weleens een foutje wordt gemaakt."

Onbedoelde foutjes

Van Dijk vroeg aandacht voor de groep mensen die weliswaar de inlichtingenplicht schendt, maar tegelijk te kampen heeft met laaggeletterdheid, ggz-problemen, verstandelijke beperking of stress door ziekte of overlijden van naasten. "De Raad van State wijst op de wenselijkheid van consistentie in het gebruik van het begrip ‘fraude’ door de rijksoverheid. Fraudeurs moeten worden aangepakt, maar mensen die onbedoeld een foutje maken in hun formulier, hoeven niet gelijk als fraudeur te worden bestempeld."

« Terug

Archief > 2020

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari

Inschrijven nieuwsbrief

Persoonlijke gegevens
Naar boven