Overslaan en naar de inhoud gaan

Duurzame aansluiting nodig tussen financiële zorg & ggz

Samenwerking essentieel voor effectievere hulp en kortere wachttijden

Duurzame aansluiting nodig tussen financiële zorg & ggz

7 januari 2026

Een van de doelen van ons programma 'Ruimte voor Toekomst' is: met nieuwe partners het bereik van hulp bij geldzorgen vergroten. NVVK-bestuurslid Lisette Pondman houdt zich als bestuurder van stichting CAV bezig met de aansluiting tussen financiële zorg en ggz. Aan haar de vraag wat dat beide domeinen oplevert.

1. Hoe ben je betrokken geraakt bij het onderwerp 'aansluiting met de ggz'?

‘In mijn vorige rol als bestuurder van een opleidingsinstituut voor ggz-professionals zag ik hoe vaak financiële problemen onder de oppervlakte meespelen. Professionals doen hun werk zorgvuldig, maar bij cliënten met multiproblematiek ontstaat regelmatig handelingsverlegenheid. Gesprekken landen niet bij iemand die continu bezig is met overleven. Als je hoofd vol zit met zorgen over geld sta je niet open voor behandeling.

Die ervaring heeft me doen kiezen voor stichting CAV. Daar werk ik aan het dichter bij elkaar brengen van financiële zorg en gezondheidszorg, omdat ik heb gezien wat er gebeurt als die werelden langs elkaar heen werken. Bij de NVVK vind ik herkenning en ruimte om die verbinding ook sectorbreed verder te brengen.’


Lisette Pondman

2. Waarom is goede aansluiting tussen ggz- en financiële zorg zo belangrijk?

‘Financiële zorgen kunnen uitgroeien tot problemen en uiteindelijk tot schulden. In een ideale wereld laten we het niet zover komen. Als mensen toch vastlopen, is het cruciaal dat ze de juiste hulp krijgen. We zien te vaak dat mensen die door financiële zorgen psychische klachten krijgen direct bij de ggz terechtkomen.

Psychologische behandeling is dan onvoldoende effectief, omdat de financiële onrust die aan de klachten ten grondslag ligt blijft bestaan. In zo’n situatie is financiële zorg geen randvoorwaarde, maar een noodzakelijke eerste stap. Het creëren van financiële rust kan er zelfs toe leiden dat psychische hulp niet meer nodig is, of minder intensief kan zijn.’

3. Hoe kun je zorgen dat mensen met geldzorgen en psychische klachten de juiste hulp krijgen?

‘Dat begint bij betere herkenning. Professionals in de ggz hebben handvatten nodig om te kunnen inschatten wat op dat moment het meest urgente probleem is. Rechtstreeks vragen naar geldzorgen levert niet altijd een volledig beeld op. Schaamte en taboe spelen daarbij een grote rol. Daarom is het belangrijk dat hulpverleners leren signaleren, doorvragen en dat ze weten welke vormen van financiële zorg er zijn. Pas dan kun je samen met een cliënt bepalen welke ondersteuning op dat moment het meest helpend is.’


Expertisecentrum Pharos ontwikkelde voor huisartsen deze gesprekskaart, voor patiënten met beperkte (gespreks)vaardigheden 

4. Is het verband tussen geldzorgen en psychische problemen dan nog onvoldoende bekend bij professionals?

‘In mijn ervaring is er binnen de financiële zorg veel aandacht voor de samenhang tussen geldzorgen en psychische problematiek. In de ggz groeit dat besef, maar het is nog niet overal vanzelfsprekend onderdeel van het professioneel handelen. Mijn pleidooi is daarom om de twee domeinen structureel van elkaar te laten leren. Financiële zorgverleners kunnen bijvoorbeeld veel leren van de ggz over werken met mensen met psychische kwetsbaarheid of een licht verstandelijke beperking. Andersom kan kennis over geldstress en bestaansonzekerheid de effectiviteit van ggz-behandelingen vergroten.’

5. Wat levert betere aansluiting tussen beide domeinen op?

‘Wanneer cliënten sneller de juiste hulp krijgen, neemt de druk op de zorg af. Dat kan bijdragen aan kortere wachtlijsten, meer rust en stabiliteit voor cliënten en uiteindelijk ook lagere zorgkosten. Het stemt me hoopvol dat er steeds meer aandacht komt voor de oorzaken van gezondheidsproblemen, zoals schulden en financiële stress. Ook zorgverzekeraars hebben daar steeds meer oog voor’.

6. Hoe krijg je zicht op de effecten van die aanpak op bijvoorbeeld zorggebruik en kosten?

‘Stichting CAV heeft het initiatief genomen voor de pilot 'De wachtlijst genezen'. Daarin wordt onderzocht of sommige mensen die op een ggz-wachtlijst terechtkomen in eerste instantie beter geholpen zijn met financiële zorg. Daarvoor hebben we samenwerking gezocht met CaleidoZorg.

Twee studenten van de Radboud Universiteit hebben de eerste fase van het onderzoek uitgevoerd, met begeleiding van het Nivel. De NVVK heeft daaraan bijgedragen door de inzet van het Nivel mogelijk te maken. De eerste bevindingen zijn bemoedigend. Door onderzoek te combineren met praktijkervaring willen we beter begrijpen waar winst te behalen is, zowel voor cliënten als voor het zorgstelsel.’

7. Wat is er daarnaast nodig om deze manier van werken verder te brengen?

‘Allereerst een diagnostisch instrument dat professionals helpt om het gesprek over financiële zorgen en gezondheid op een zorgvuldige manier te voeren. Er is een consortium gevormd met onder meer stichting CAV, de Radboud-universiteit, het Radboud-umc, ggz-organisaties, gemeenten en de NVVK. Cliënten worden nadrukkelijk betrokken bij de ontwikkeling van dat instrument.

Daarnaast is het essentieel dat professionals inzicht krijgen in elkaars werkwijze en context. Financiële zorg en de ggz zijn verschillend georganiseerd en gefinancierd, maar uiteindelijk werken we voor dezelfde mensen. Die systeemgrenzen mogen geen belemmering vormen voor passende zorg.’

8. Hoe betrek je NVVK-leden bij deze ontwikkeling?

‘Tijdens de Praktijkdag in november heb ik een workshop verzorgd over de pilot 'De wachtlijst genezen', samen met een onderzoeker van de Radboud Universiteit en een van de betrokken studenten. Deelnemers speelden een door studenten van de Radboud Universiteit ontwikkeld schuldenspel. Zo konden ze ervaren wat langdurige geldzorgen met mensen doen. Die ervaringscomponent blijkt krachtig: het helpt professionals om met andere ogen naar cliënten te kijken en versterkt het besef dat financiële stress diep ingrijpt op het dagelijks functioneren.’


Het schuldenspel van de Radboud Universiteit

9. Wat is de volgende stap?

‘De pilot wordt nu financieel gedragen door stichting CAV, CaleidoZorg en de NVVK. Maar dat is geen structurele oplossing. Er is externe financiering nodig zodat we kunnen opschalen. Daarvoor moeten we aantonen dat investeren in betere aansluiting tussen financiële zorg en gezondheidszorg niet alleen menselijk is, maar ook verstandig beleid. De pilot levert daaraan een belangrijke bijdrage.’

10. Wat vraag je van NVVK-leden?

‘Allereerst is steun voor deze manier van denken en werken belangrijk. De reacties tijdens de workshop laten zien dat die steun er is. Tegelijk weten we dat er al soortgelijke initiatieven zijn geweest, maar dat die vaak zijn vastgelopen op financiering. Juist die ervaringen zijn waardevol en die horen we graag. Door ervaringen te delen, kunnen we samen een duurzame aansluiting tussen financiële zorg en gezondheidszorg een stap dichterbij brengen.’