In hoger beroep desondanks door naar Wsnp
Rechter verwerpt tussentijdse wijziging dwangakkoord
Een hulpverlener verlaagt in de aanloop naar een dwangakkoord het betalingsaanbod aan de preferente en concurrente schuldeisers. Van 26,4 en 13,2 % zakt ze naar 2,8 en 1,4 %. Maar zo'n tussentijdse aanpassing mag niet, krijgt ze bij de rechter te horen.
De tussentijdse aanpassing van het betalingsaanbod komt ter tafel in het hoger beroep dat de hulpverlener aantekent. In eerste aanleg wordt het verzoek tot een dwangakkoord namelijk afgewezen omdat een van de vorderingen teruggaat op tanken zonder betalen.
De rechter begrijpt de weigering van de pomphouder, en constateert daarnaast dat er sprake is van 'kwade trouw' bij de hulpvrager. Behalve het brandstofakkefietje heeft die namelijk ook nog wat CJIB-verkeersboetes op haar naam staan. Toelating tot de Wsnp kan daarom niet aan de orde zijn, oordeelt de rechter.
De hulpverlener doet in de eerste aanleg nog een beroep op de hardheidsclausule omdat de betrokken hulpvrager goed meewerkt aan budgetbeheer en het qua financiële situatie de goede kant opgaat. Daar gaat de rechter niet in mee. Onder andere omdat autobezit niet strikt noodzakelijk is voor de persoon in kwestie.
Aanpassing leidt tot 'ander dwangakkoord'
Bij het hoger beroep komt op tafel dat de hulpverlener het uitkeringspercentage tussentijds aanpaste. 'Gelet op het voorgaande wordt in hoger beroep feitelijk verzocht om vaststelling van een dwangakkoord met een andere inhoud dan het aanbod dat tijdens het minnelijk traject aan de schuldeisers is voorgelegd. Hierom al kan het primaire verzoek (voor een dwangakkoord, red.) niet worden toegewezen', aldus de meervoudige kamer.
Ook de 'kwade trouw' komt weer aan de orde in het hoger beroep. De rechters betrekken bij hun beoordeling van de verkeersboetes nu wel dat die opgelopen werden op de dag waarop de uitvaart van de vader van de hulpvrager plaatsvond.
Falend budgetbeheer
De vordering van het tankstation valt niet onder de kwade trouw, vinden de rechters in hoger beroep. Uit het verweerschrift blijkt namelijk 'dat [appellante], nadat zij ontdekte dat zij niet kon betalen, zich bij het tankstation heeft gemeld en heeft afgesproken dat zij op een later moment zou betalen. Van diefstal is dan ook geen sprake.'
De schuld zou - dacht de betrokkene - afgewikkeld worden door haar budgetbeheerder, maar die bleek zijn werk niet goed te doen. Inmiddels wordt de vrouw geholpen door een andere budgetbeheerder.
Twee lessen
Omdat de inkomenssituatie inmiddels onder controle is, de auto verkocht is en de budgetbeheerder betrokken blijft, besluit het gerechtshof om het dwangakkoord opnieuw niet toe te wijzen (deze keer dus vanwege de tussentijdse wijziging), maar de betrokkene toch toe te laten tot de Wsnp.
Uit het verloop van deze rechtsgang zijn twee belangrijke lessen te trekken:
- Wijzig bij een hoger beroep inzake een afgewezen dwangakkoord tussentijds niets in het uitkeringspercentage
- Benoem expliciet belangrijke details zoals 'slecht functionerende budgetbeheerder', 'auto inmiddels verkocht' of 'verzachtende omstandigheden verkeersboetes'
Jurisprudentie in onze Kennisbank
Ben je geïnteresseerd in de blik van de rechter op ons werk? Duik dan eens in het jurisprudentie-deel van de NVVK Kennisbank (alleen voor leden).