‘Eerst persoonlijk contact, dan pas vroegsignaal’
Nieuwe Energieregeling verbetert kwaliteit vroegsignalering
De nieuwe Energieregeling versterkt vroegsignalering en beschermt kwetsbare klanten, constateert de NVVK. De regeling is de ministeriële uitwerking van de Energiewet. Hij is beter toegesneden op ons werk.
De nieuwe Energieregeling trad per 1 januari 2026 in werking. De regeling is een verbetering voor huishoudens met betalingsproblemen en voor gemeenten die werken met vroegsignalering. Hij sluit nu beter aan op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en het Landelijk Convenant Vroegsignalering (LCV), verankert bestaande praktijkafspraken en verheldert daarmee de dagelijkse praktijk voor vroegsignaleerders.
Persoonlijk contact vóór eerste vroegsignaal
Een kernverandering is: de wettelijke verplichting voor leveranciers om eerst persoonlijk contact te zoeken voordat zij een vroegsignaal aan de gemeente sturen. Dit beginsel was al leidend binnen het LCV. Door dit vast te leggen in wetgeving wil de overheid voorkomen dat klanten onnodig in vroegsignalering terechtkomen. De overheid wil juist bevorderen dat leveranciers al vroeg in gesprek gaan over een oplossing. Met deze nieuwe wettelijke verplichting geeft het ministerie gehoor aan een wens die we als NVVK noteerden in onze consultatiereactie bij de totstandkoming van de Energieregeling.
Eerst vroegsignaal, dan pas einde levering
De Energieregeling maakt daarnaast de volgorde van signalering expliciet: altijd eerst een vroegsignaal, gevolgd door een geactualiseerd signaal of een ‘eindeleveringssignaal’ als er daadwerkelijk beëindiging van de levering dreigt.
Gemeenten kregen in de praktijk soms eindeleveringssignalen zonder voorafgaande melding. Dat leidde tot onduidelijkheid in de uitvoering. De nieuwe formulering voorkomt dit. Daardoor heb je nu altijd de mogelijkheid een tweede, urgenter hulpaanbod te doen aan de inwoner met de betaalachterstand.
De regeling vereist vanaf nu minimaal 2 facturen achterstand voordat een vroegsignaal verstuurd mag worden én 2 weken tijd tussen het vroegsignaal en een eindeleveringsmelding. Een termijn van 4 weken - in lijn met de Wgs - bleek helaas niet haalbaar door de beperkende afspraken uit het LCV dat vroegsignalen slechts één keer per maand aangeleverd mogen worden. We onderzoeken samen met de betrokken partijen nog of een aanpassing van deze afspraken haalbaar is.
Betere signaalkwaliteit
Energieleveranciers mogen voortaan ook de geboortedatum van de klant meesturen met signalen. Dit gebeurde vaak al, maar is nu ook wettelijk geborgd. Het meeleveren van een geboortedatum maakt de koppeling met de Basisregistratie Personen betrouwbaarder en zorgt ervoor dat gemeenten meldingen sneller en accurater kunnen verwerken. Dit verbetert de effectiviteit en voorkomt foutmeldingen en uitval. De NVVK drong hier eerder op aan, en dit advies is nu overgenomen.
Daarnaast moeten leveranciers binnen 90 dagen na het aangaan van een nieuw contract de klantgegevens verifiëren aan de hand van de betaalgegevens (zoals IBAN). Dit verhoogt hopelijk op termijn de betrouwbaarheid van signalen en verkleint de kans dat een gemeente signalen ontvangt die niet (direct) aan een inwoner te koppelen zijn.
Beperking aan waarborgsommen
De regeling bevat ook nieuwe normen voor waarborgsommen die voorafgaand aan het sluiten van een leveringsovereenkomst gevraagd mogen worden: die mogen maximaal een derde van de verwachte jaarafrekening bedragen en moeten altijd ‘redelijk en passend’ zijn bij de specifieke situatie van een klant. Deze normen voorkomen dat hoge borgsommen een onnodige drempel opwerpen voor heraansluiting of voor het treffen van betalingsregelingen, iets dat de schuldhulpverlening direct raakt.
Als een leveringsovereenkomst wegens wanbetaling is beëindigd en een inwoner binnen een redelijke termijn zich meldt voor (of toegelaten wordt tot) schuldhulp, dan moet deze leverancier de levering hervatten. Sinds 1 januari 2026 moet de leverancier daarbij een overeenkomst aanbieden tegen ‘dezelfde of vergelijkbare voorwaarden’ als het beëindigde contract.
Ook verantwoordelijkheid voor netbeheerder
De Energieregeling verduidelijkt ook welke stappen netbeheerders (in de regeling ‘distributiesysteembeheerder’ of DSB) moeten zetten wanneer afsluiting of heraansluiting speelt, bijvoorbeeld bij medische urgentie. Ook zij moeten zich maximaal inspannen om de inwoner via persoonlijk contact voorafgaand aan het buitenwerkingstellen te wijzen op mogelijkheden om afsluiting te voorkomen, zoals het aanvragen van schuldhulpverlening.
Wat verandert er voor financiële hulpverleners?
1. Betere, volledigere signalen
- Gemeenten krijgen voortaan signalen mét geboortedatum, wat de BRP-koppeling eenvoudiger en betrouwbaarder maakt.
- Door de verplichting voor leveranciers om klant- en betaalgegevens binnen 90 dagen te controleren neemt de signaalkwaliteit merkbaar toe.
2. Voorspelbare signaleringslijn
- Gemeenten ontvangen altijd eerst een vroegsignaal na 2 facturen achterstand en een aantal sociaal incassostappen, daarna - indien nodig - een geactualiseerd- of eindeleveringssignaal.
- Hierdoor ontstaat ruimte voor een tweede, urgenter hulpaanbod voordat afsluiting daadwerkelijk plaatsvindt.
3. Aantoonbare inspanningsverplichting van leveranciers
- Uitvoerders kunnen erop rekenen dat leveranciers eerst persoonlijk contact hebben geprobeerd te maken vóórdat het vroegsignaal wordt verstuurd.
- Dit vermindert onnodige instroom en helpt gemeenten gericht prioriteren.
4. Minder drempels bij heraansluiting
- De nieuwe normering van waarborgsommen maakt dat kwetsbare huishoudens gemakkelijker opnieuw kunnen worden aangesloten, zonder onredelijke financiële hindernissen.
- De verduidelijking van de rol van netbeheerders versterkt de positie van hulpvragers bij heraansluiting.