Overslaan en naar de inhoud gaan

Veel impact wetsvoorstel 'Wet schuldregelen' op werkpraktijk

Geen meewerkplicht, wel reactieplicht

Veel impact wetsvoorstel 'Wet schuldregelen' op werkpraktijk

2 juli 2026

Verplichte reactietermijnen voor schuldeisers en schuldregelaars, en sneller richting een dwangakkoord als schuldeisers niet akkoord gaan: de nieuwe Wet schuldregelen gaat veel betekenen voor ons werkproces.

Met de Wet schuldregelen wil het kabinet schuldregelingen sneller tot stand laten komen, om daarmee onder andere te voorkomen dat een hulpvrager de moed verliest en afhaakt.  

Ook voor schuldeisers is de wet van belang: zo ontstaat er ‘binnen een redelijke termijn’ inzicht in de stand van zaken en in de vraag in hoeverre een vordering nog verhaalbaar en betaalbaar is.  

Het kabinet tekent in de memorie van Toelichting  (p.21) hierbij aan: ‘Een verplichte reactietermijn houdt géén verplichting in voor schuldeisers om mee te werken, wél om te reageren.’  

Verplichte reactietermijnen  

Om regelingen sneller tot stand te laten komen introduceert de wet verplichte reactietermijnen:  

  • Schuldeisers moet binnen 21 dagen reageren op een verzoek om saldo-opgave.
  • Doen zij dat niet, ook niet na eventuele tussentijdse herinneringen, dan verstuurt de schuldregelaar aansluitend eenmalig een aanmaning om alsnog binnen 14 dagen te reageren. De schuldregelaar is volgens het wetsvoorstel verplicht dit te doen. 
  • Reageert de schuldeiser nog steeds niet? Dan gaat de schuldregelaar uit van het laatst bekende schuldbedrag zoals die dat aantrof in de gegevens van de hulpvrager.
  • Is de fase van saldo-opgave voorbij, dan verstuurt de schuldregelaar aansluitend binnen 21 dagen een voorstel naar de schuldeiser. Wanneer de schuldregelaar dit niet bijtijds lukt, dan mag die de termijn 1 x verlengen met 14 dagen.
  • Nadat de schuldregelaar het voorstel heeft verstuurd aan de schuldeiser, wacht de schuldregelaar aansluitend uiterlijk 21 dagen. Laat je als schuldeiser niets van je horen? Dan verstuurt de schuldregelaar na die 21 dagen een aanmaning en wacht nog 14 dagen.
  • Blijft reactie nog steeds uit, dan verplicht de nieuwe wet schuldregelaars om meteen na het verstrijken van de termijn inzake het schuldregelvoorstel binnen 21 dagen een verzoek in te dienen voor een dwangakkoord c.q. toelating tot de Wsnp.  

Inspanningsverplichting

De wet kent nog wel een artikel dat ruimte laat voor 'bijzondere omstandigheden' (artikel 5). Schuldeisers kunnen daar een beroep op doen, maar dat moeten ze dan schriftelijk aan de schuldregelaar meedelen. Daarbij moet de schuldeiser de termijn noemen waarop hij alsnog kan reageren op een saldoverzoek of een schuldregelvoorstel.  

Het wetsvoorstel introduceert ook een inspanningsverplichting voor schuldregelaars om het correcte adres van een schuldeiser te achterhalen, zodat de correspondentie ook aankomt. Ook moeten schuldregelaars schuldeisers informeren over de termijnen. Details staan op pagina 10 van de Memorie van Toelichting. 

Aanscherping in de wet 

Behalve verplichte reactietermijnen definieert het wetsvoorstel ook scherper wie schulden mág regelen. Daarbij introduceert het voorstel ook de mogelijkheid om bestuursrechtelijk op te treden bij overtredingen. Belangrijke aanscherpingen zijn:  

  • Geen schijnconstructies  
    Wanneer een advocaat, notaris of Wsnp-bewindvoerder (dit zijn toegelaten beroepsgroepen) zegt schulden te regelen moet hij of zij dat ook echt zelf doen. Hiermee wordt de route afgesneden naar uitbesteding aan commerciële bureaus, het in dienst hebben van een administratief medewerker die zelfstandig schuldregelingen tot stand brengt, of constructies waarbij alleen de naam van de advocaat of bewindvoerder wordt gebruikt terwijl het werk door iemand anders gedaan wordt. Deze aanscherping is bedoeld om schijnconstructies tegen te gaan.  

  • Geen schuldregelbedrijf  
    Iemand uit deze beroepsgroepen die schulden regelt, mag dat alleen doen als 'onderdeel van de beroepsuitoefening'.  

  • Extra schuldregelroute naast formele hulp  
    Een derde (persoon of organisatie) mag de kosten voor een schuldregeling betalen zodat een hulpvrager er zelf niets aan kwijt is. Met deze bepaling lijkt het kabinet vooral voor vrijwilligersorganisaties of fonds-gedreven organisaties mogelijkheden te willen creëren om ook schuldregelen aan te bieden. 'Niet alle schuldenaren (...) willen [zich] wenden tot professionele ondersteuning bij het oplossen van hun schuldenproblematiek. Uit onderzoek blijkt dat schuldenaren een hoge drempel kunnen ervaren tot formele ondersteuning. Dit kan voortkomen uit onwetendheid over het financiële systeem of negatieve beeldvorming over formele hulporganisaties', aldus pagina 13 van de Memorie van Toelichting.  

  • Afhankelijkheid voorkomen  
    Tegelijk wil het wetsvoorstel voorkomen dat er een afhankelijkheidsrelatie ontstaat tussen de hulpvrager en degene die de rekening betaalt voor de diensten van een schuldregelaar . 'Om deze afhankelijkheidsrelatie te voorkomen' bevat het wetsvoorstel een verbod op betaling door een familielid of de werkgever van iemand met schulden. 'Schuldregelingen die tot stand komen door middel van donaties zijn toegestaan mits de [financier van het traject] niet herleidbaar is naar de schuldenaar', meldt pagina 13 van de Memorie van Toelichting. 

Reageer op het wetsvoorstel 

Heeft u als schuldeiser opvattingen over dit Wetsvoorstel? Maak dan gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het voorstel door een consultatie-reactie in te sturen. Die mogelijkheid bestaat vanaf nu, tot 17 augustus.  

De beleidstheorie onder het wetsvoorstel: 


Beeld: Beleidskompasformulier behorend bij de consultatie