Mensen met beschermingsbewind worden door banken en kredietcheckbureaus onterecht als risico gezien
Onder bewind? Dan ben je juist een betrouwbare klant!
Wie onder beschermingsbewind staat, heeft zijn financiën in handen van een professional die juist toeziet op een stabiele financiële situatie. Toch worden zij in de praktijk regelmatig behandeld als risicovolle klant. Twee recente uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens laten zien dat bewind als afwijzingsgrond tot verboden onderscheid leidt. Zowel een digitale bank als een energieleverancier hoorden hetzelfde oordeel.
Een garantie die als risico wordt gezien
Een man met dementie staat onder beschermingsbewind van zijn zoon. Financieel is alles goed geregeld: de zoon beheert als bewindvoerder niet alleen het vermogen, maar alle financiële zaken van zijn vader, juist om problemen te voorkomen. Een rechtbank ziet hierop toe. Toch weigert de digitale bank bunq een spaarrekening te openen, simpelweg omdat de aanvrager onder beschermingsbewind staat.
De zoon dient een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelt dat de bank hiermee indirect discrimineert op grond van handicap of chronische ziekte.
Bunq voert aan dat het beleid gerechtvaardigd zou zijn vanwege verhoogd frauderisico en technische en financiële bezwaren. Het College veegt die onderbouwing van tafel: intern onderzoek van de bank zelf laat geen verhoogd frauderisico zien, en de bank kan niet uitleggen waarom minderjarigen met een wettelijke vertegenwoordiger wél een rekening kunnen krijgen, maar mensen met een bewindvoerder niet. Ook de gestelde financiële nadelen worden niet concreet gemaakt.
Een vergelijkbare zaak deed zich eerder al voor bij een energieleverancier. Coolblue Energie vroeg een extra borgsom aan een klant onder bewind, zonder dat er sprake (geweest) was van schulden. Ook hier oordeelde het College: sprake van "verboden onderscheid". Een bewindvoerder biedt juist garantie dat rekeningen worden betaald.
Niet de eerste, niet de enige
Coolblue Energie staat niet alleen. Op sociale media melden gebruikers dat ook andere energieleveranciers een kredietcheck uitvoeren.
Bij de Coolblue-zaak speelt nog een extra probleem: klanten die een negatief advies krijgen van een kredietcheckbureau, weten vaak niet waarom. Het bureau laat het opdrachtgevende bedrijf zelf veelal niet weten wat de grond voor het negatieve advies is. Daardoor blijft onzichtbaar hoe vaak beschermingsbewind als reden wordt gebruikt, en hoe structureel het probleem is.
Volgens NVVK-beleidsadviseur Judith van Geffen ligt de oplossing dan ook niet alleen bij individuele organisaties, maar vooral bij beter toezicht op acceptatiebeleid. "Het bewind- en curateleregister is bedoeld om derden te informeren en te voorkomen dat mensen zelfstandig bepaalde financiële verplichtingen aangaan die zij niet kunnen overzien. Het is niet bedoeld om mensen op basis daarvan categorisch uit te sluiten van financiële dienstverlening," zegt zij.
Een nuance die daarbij vaak ontbreekt: het overgrote deel van de lopende beschermingsbewinden betreft toestandsbewind, bijvoorbeeld vanwege dementie of een andere beperking. Schuldenbewind vormt slechts een minderheid, maar lijkt wel aan de basis te liggen van de argwaan bij banken en kredietverstrekkers.
Kamervragen over de praktijk
De Coolblue-zaak bleef ook niet onopgemerkt in Den Haag. Kamerlid Ceder (ChristenUnie) stelde toenmalig staatssecretaris Struijcken vragen over het gebruik van het bewindregister bij kredietchecks. Hij wilde weten hoe vaak kredietonderzoekers dit register raadplegen, of dit tot structurele problemen leidt, en waarom een beschermingsbewindvoerder eigenlijk als risicofactor wordt gezien, terwijl deze juist financiële zekerheid biedt. Deze vragen zijn inmiddels beantwoord.
Struycken erkent de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens en geeft aan dat organisaties zich moeten houden aan de gelijke behandelingswetgeving. Hij verwijst naar de verantwoordelijkheid van kredietverstrekkers.
Volgens Struycken moeten bedrijven zelf beoordelen of hun acceptatiebeleid in overeenstemming is met de wet. Zij mogen niet op een manier handelen die in strijd is met de wetgeving gelijke behandeling en hij benadrukt dat onderbewindstelling niet automatisch iets zegt over kredietwaardigheid.
Hij benadrukt dat beschermingsbewind om allerlei redenen kan worden ingesteld:
- problematische schulden;
- een verstandelijke beperking;
- dementie;
- psychische problematiek;
- lichamelijke omstandigheden;
- verkwisting of problematisch financieel gedrag.
Recent is er een nota van toelichting van de nu openstaande consultatie voor de Regeling collectieve warmte (stadsverwarming) toegevoegd: Wanneer sprake is van bewind, mag een waarborgsom enkel gevraagd worden door het warmtebedrijf als het bewind onvoldoende garantie biedt voor de energieleverancier dat de warmtefactuur wordt betaald door de klant. Wel is een warmtebedrijf hierbij verantwoordelijk voor het nagaan van de reden van bewind. In geval van bewind vanwege medische indicaties is het bijvoorbeeld niet noodzakelijkerwijs zo dat er een financieel risico bestaat voor een warmtebedrijf. Per geval zal daarom gekeken moeten worden of het in rekening brengen van een waarborgsom gerechtvaardigd is.
Met andere woorden: de enkele registratie in het bewindregister zegt niet waarom iemand onder bewind staat en zegt dus ook niet automatisch iets over het kredietrisico.
Dat sluit nauw aan bij het oordeel van het College, dat vond dat een algemene uitsluiting van mensen onder bewind niet objectief te rechtvaardigen was.
Bewind als garantie, niet als rode vlag
Of het nu gaat om een spaarrekening, een verzekering of een energiecontract: beschermingsbewind zou voor schuldeisers en dienstverleners een geruststelling moeten zijn, geen waarschuwing. Zolang banken en kredietcheckbureaus dit niet zo behandelen, blijven vaak juist kwetsbare groepen zoals mensen met dementie onterecht tegen drempels aanlopen bij doodgewone financiële zaken.