Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Geduld en samenwerking zijn cruciaal'

De werkwijzer dak- en thuisloze mensen helpt je op weg

‘Geduld en samenwerking zijn cruciaal'

30 maart 2026

Heb jij als schuldhulpverlener te maken met dak- en thuisloze mensen? De nieuwe werkwijzer helpt je bij uitdagingen waar je tegenaan kunt lopen. Hoe blijf je bijvoorbeeld in contact? En wat te doen bij een incomplete administratie? Geduld blijkt essentieel.

Als schuldhulpverlener werk je dagelijks met mensen met allerlei achtergronden, mogelijk ook met dak- en thuisloze mensen. In de NVVK-werkwijzer voor deze doelgroep vind je tips, tricks en tools die je helpen bij de schuldhulpverlening. De werkwijzers zijn samengesteld in samenwerking met mensen uit de praktijk. 
Tanya Broekman

De werkwijzer dak- en thuisloze mensen is een handig naslagwerk, vindt Tanya Broekman, schuldhulpverlener bij Buurtteam Amsterdam-Zuid voor dak- en thuislozen van 18-27 jaar. ‘Er worden heel veel situaties in beschreven waar je mee te maken kunt krijgen.’

Roeland van BenthemOok Roeland van Benthem, schuldhulpverlener en budgetbeheerder bij het interventieteam van de gemeente Amsterdam, is blij met de werkwijzer. Hij heeft zelf meegedacht over de inhoud van de werkwijzer en vindt het nuttig om een centrale plek te hebben waar alle informatie bij elkaar staat. ‘Schuldhulpverleners kunnen hier per fase in de schuldhulpverlening de informatie opzoeken die ze nodig hebben.’                                                                                                                                                                                                                                                                  

Complexe situaties

In de basis is schuldhulpverlening aan dak- en thuisloze mensen niet anders dan voor andere doelgroepen. ‘Technisch gesproken is het zelfs best eenvoudig’, zegt Tanya. ‘Ze zijn bijvoorbeeld vaak niet getrouwd, dus op dat vlak heb je niet te maken met ingewikkeldheden. En er is vaak een beperkt aantal schuldeisers, zoals CJIB en de zorgverzekering.’

Wat het desondanks complex maakt, is hun situatie. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een verslaving, psychische problematiek of een crimineel verleden. Ook is het een uitdaging om mensen betrokken te houden. ‘Afspraken nakomen is lastig voor hen.’

Roeland hoort vaak van dakloze jongeren dat ze aan hun toekomst willen werken. Toch blijkt het in de praktijk lastig om hen betrokken te houden. ‘Vaak hebben schulden geen prioriteit. Mensen zonder dak boven hun hoofd zitten in de overlevingsstand.’ Wantrouwen richting ‘het systeem’ kan ook een rol spelen. ‘Soms is er ook sprake van een slachtofferrol: ze verwijten de samenleving dat het zover gekomen is’, constateert Roeland.

Samenwerking

Zoek andere organisaties in je woonplaats op die ook met deze doelgroep te maken hebben, adviseert Bianca Bouter-van Kruistum van Valente, de branchevereniging van organisaties voor kwetsbare mensen in de samenleving. ‘Financiële, woon- en zorgproblemen zijn sterk met elkaar verweven. Goede samenwerking tussen schuldhulpverleners van dak- en thuisloze mensen en andere professionals is daarom cruciaal.’

In Amsterdam heeft Tanya ‘het geluk dat er vaak een heel team om klanten heen zit: regisseurs, klantmanager, woonbegeleider. Die kunnen allemaal een rol spelen om iemand betrokken te houden.’

Zoek je geen samenwerking met elkaar of vindt er geen afstemming plaats, dan betekent dat een risico, volgens Bianca. ‘Je krijgt te maken met vertraging, uitval of nieuwe schulden.’ Maak wel goede afspraken voor de samenwerking, adviseert ze. ‘Duidelijke regie, heldere rolverdeling en werken vanuit het perspectief van de cliënt zijn essentieel.’

Geduld

Hoe bereik je in complexe situaties toch een doorbraak? Volgens Tanya begint dat met volhouden. ‘Wijs mensen niet na twee keer de deur.’ Roeland: ‘In mijn gemeente kan ik zoveel tijd nemen voor een klant als nodig is. Als het moet, zoek ik de klant op, want het is niet altijd logisch dat iemand naar kantoor komt. Geduld is belangrijk, het gaat om kleine stapjes.’

Er kan ook een grens aan het geduld zitten, vindt Tanya: ‘Als iemand het uitgavenpatroon niet aanpast en dure kleding blijft kopen of de auto niet wil verkopen, houdt het op een gegeven moment op. Of als je ziet dat iemand volgens het budgetplan elke maand een flink tekort heeft, maar toch geld uitgeeft. De kans is groot dat dat afkomstig is van criminele activiteiten.’ Roeland: ‘Als iemand budgetbeheer of bewindvoering blijft weigeren, heeft het op een gegeven moment gewoon geen zin meer.’

Kleine successen

Om de motivatie vast te houden, is het belangrijk om te zorgen voor kleine successen. Tanya: ‘Soms duurt een intakegesprek bij mij wel twee uur. De cliënt ís er dan, dus we kunnen dan meteen wat zaken regelen, zoals een DigiD of het ordenen van de post.’

‘Dat soort kleine successen geven hen het gevoel weer grip te krijgen’, weet Roeland. ‘Dat maakt de kans groter dat ze keer erop terugkomen.’ In gesprekken probeert hij cliënten te motiveren om iets aan hun leven te veranderen. ‘Ik laat ze altijd nadenken: ‘Wat ga je eraan hebben als je situatie verandert?’ Wie gemotiveerd is, komt ook sneller terug.’

Het verschilt per persoon wanneer het traject een ‘succes’ is. ‘Voor de een is een schuldregeling een mijlpaal‘, zegt Tanya, ‘voor de ander ben je maanden bezig om een DigiD-code te regelen.’ Roeland is ‘Je moet per persoon kijken wat haalbaar is en dat doel moet je met heel kleine stapjes zien te bereiken.’

Omslagpunt

Elk traject is anders. Leeftijd maakt daarbij een enorm verschil, merkt Roeland op. ‘Dakloze jongeren van 18 of 19 jaar waar ik mee te maken heb, zitten vaak nog in het criminele circuit. Ze zijn uitgekotst door hun familie en hebben vaak al vastgezeten. Ze zijn nog niet zo bezig met een stabiele toekomst. Vanaf ongeveer 26 jaar komt het omslagpunt: dan willen ze iets van hun leven maken. Oudere daklozen kampen juist weer vaker met langdurige verslaving en complexe problematiek. Zij zitten al jaren in die situatie, de kans dat die nog verandert, is vaak klein.’

Daarnaast noemt Roeland de ‘economisch daklozen’, mensen die bijvoorbeeld door een scheiding op straat komen te staan. ‘Die hebben soms wel een baan, maar geen huis. Hen kun je een lijstje geven wat ze moeten doen, dat werken ze dan af. Maar ook bij deze groep is er een risico. Want hoe ga je ervoor zorgen dat je je baan houdt als je geen huis hebt en nergens kunt douchen?’

Ook de nazorg verschilt per persoon. ‘In principe duurt onze nazorg vier jaar’, aldus Tanya. Maar de deur blijft ook daarna open. ‘Klanten kunnen altijd contact opnemen.’ Roeland benadrukt dat het belangrijk is om altijd bereikbaar te zijn, ook als een traject is afgerond: ‘Als er iets aan de hand is, moeten ze ergens terechtkunnen.’

Kom ook naar de themabijeenkomst 'Schuldhulp aan dak- en thuisloze mensen' op 23 april.