Deze werkwijzer helpt je bij schuldhulp en financiële hulp aan dak- en thuisloze mensen. Dak- en thuisloosheid treft mensen in allerlei situaties, van alle leeftijden en van verschillende nationaliteiten. Soms zijn levensgebeurtenissen de oorzaak, zoals een scheiding of vlucht uit een gewelddadige relatie/gezin, terwijl er geen betaalbare woonruimte beschikbaar is. Veel dak- en thuisloze mensen hebben schulden. Omgekeerd zijn financiële problemen – vaak in combinatie met andere problemen – regelmatig (mede) ook aanleiding voor dakloosheid.
Er zijn weinig betrouwbare cijfers over dak- en thuisloze mensen. Volgens een schatting van het CBS telde Nederland in 2024 32.000 dakloze mensen. Maar bijvoorbeeld mensen zonder geldige verblijfsstatus of mensen jonger dan 18 jaar of ouder dan 65 jaar waren hierbij niet meegeteld.
De ETHOS-telling, uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht, gebruikt een bredere definitie. Hier vallen deze groepen wél onder. Ook houdt deze telling rekening met meer verborgen situaties van dak- en thuisloosheid. Denk hierbij aan mensen die noodgedwongen verblijven op plaatsen die niet bedoeld zijn voor (langdurige) bewoning, zoals auto's, campers of bootjes, of bij vrienden, familie of kennissen. Landelijke cijfers zijn nog niet bekend, want de ETHOS-tellingen vinden plaats in verschillende rondes in verschillende regio's.
Opvallend is wel dat de tellingen nu al laten zien dat dakloosheid veel vrouwen treft, gemiddeld ongeveer een derde van het totale aantal dak- en thuisloze mensen. Ook zijn veel jongeren en kinderen dak- en thuisloos: gemiddeld ook ongeveer een derde van het totaal. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid – volwassen mannen die verblijven in de openbare ruimte of de opvang – klopt dus niet en doet geen recht aan de diversiteit die er in werkelijkheid is.
Definitie
In deze werkwijzer gaat het over dak- en thuisloze mensen volgens de definitie ETHOS-Light. Hierin gaat het om zeven verschillende groepen:
- Mensen die leven in de openbare ruimte.
- Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen.
- Mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen.
- Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting.
- Mensen in niet-conventionele woonruimten (zoals auto, kraakpand, vakantiewoning).
- Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of kennissen.
- Mensen met dreigende huisuitzetting.
Rol van de financieel hulpverlener
Het verschilt per gemeente hoe de ondersteuning is ingericht en wat de rol van financieel hulpverleners daarbij is. Sommige gemeenten, zoals Den Haag, Amsterdam en Utrecht, werken met daklozenloketten voor verschillende soorten dienstverlening. Andere gemeenten kiezen voor warme doorverwijzing. Soms werken gemeenten samen met ervaringsdeskundigen en/of vrijwilligers om de drempel te verlagen.
Steeds vaker worden dakloze mensen echter ook beoordeeld als ‘zelfredzaam’ wanneer ze zich melden bij de gemeente. Hierdoor, en doordat hun dakloosheid niet altijd zichtbaar is, zijn ze niet altijd makkelijk te bereiken. Structurele oplossingen met betrekking tot huisvesting zijn daardoor niet eenvoudig, waardoor het ook moeilijk is om schulden aan te pakken. Dit kan leiden tot hogere schulden en het verergeren van problemen.
Niet alle dak- en thuisloze mensen hebben een zorg- of hulpvraag en lang niet iedereen komt in aanmerking voor maatschappelijke opvang. Wel hebben veel dakloze mensen behoefte aan een briefadres, uitkering, zorgverzekering, hulp bij geldzaken of het oplossen van betalingsachterstanden. Daarom is het belangrijk de situatie goed in kaart te brengen en de aanpak daarop af te stemmen.
Hoe gebruik je de werkwijzer?
- Loop door de verschillende stappen van schuldhulpverlening.
- Op elke pagina staan aandachtspunten en wat je kunt doen om de hulpverlening te verbeteren.
- Onderaan elke pagina vind je handige hulpmiddelen.
- Pas tips niet klakkeloos toe. Controleer of ze passen bij de dakloze persoon die jij helpt.
- Elke situatie is anders, dus ga ook zelf op onderzoek uit. De werkwijzer is het startpunt hiervoor.