Overslaan en naar de inhoud gaan

1 miljoen voor onderzoek naar terugval na schuldhulp

Kamer steunt amendement van Denk en CU op SZW-begroting

1 miljoen voor onderzoek naar terugval na schuldhulp

26 maart 2026

Tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken werd ook de schuldregeling zonder afloscapaciteit besproken. De Kamer besloot 1 miljoen euro beschikbaar te stellen voor onder andere 'monitoring van effectiviteit en terugval na kwijtschelding of aflossingstrajecten.'

Het Kamerlid Dogukan Ergin van DENK diende samen met Kamerlid Don Ceder van de ChristenUnie een amendement in over dit onderwerp. Het amendement werd dinsdag door een meerderheid van de Kamer gesteund.

Kwaliteitsversterking en monitoring

Met het amendement wordt € 1 miljoen beschikbaar gesteld om te investeren in:

  • versterking van landelijke kwaliteits- en uniformiteitskaders binnen de minnelijke schuldhulpverlening.
  • monitoring van effectiviteit en terugval na kwijtschelding of aflossingstrajecten.

Het doel van het amendement is 'te waarborgen dat schuldhulpverlening sociaal, zorgvuldig en duurzaam is, en dat mensen niet na afloop opnieuw in financiële onzekerheid terechtkomen'.

'Evenwicht stelsel onder druk'

In een toelichting schrijven de amendement-indieners: 'In het publieke debat is discussie ontstaan over de toenemende inzet van zogenoemde nulaanbiedingen binnen de minnelijke schuldhulpverlening. VNO-NCW en MKB-Nederland waarschuwen dat volledige kwijtschelding zonder aflossing te vaak wordt toegepast en dat dit het evenwicht binnen het stelsel onder druk zet. Zij wijzen op signalen uit hun achterban en op het risico dat trajecten zonder effectieve begeleiding en nazorg leiden tot nieuwe schuldenproblematiek'.

'Niet mensen onder bestaansminimum drukken'

Het amendement vervolgt met: 'De NVVK, brancheorganisatie voor schuldhulpverlening, benadrukt daarentegen dat in sommige situaties zelfs een minimale afdracht mensen onder het bestaansminimum kan drukken. Daarbij wordt gewezen op het belang van maatwerk en het voorkomen van onnodige verarming. Deze uiteenlopende signalen vanuit belangenorganisaties tonen dat het schuldhulpverleningsstelsel zich bevindt in een spanningsveld tussen sociale bescherming en rechtvaardige uitvoering. Voor mensen met problematische schulden is het essentieel dat regelingen niet willekeurig worden toegepast en dat trajecten daadwerkelijk leiden tot duurzame financiële stabiliteit'.

Wat vindt de NVVK?

Het amendement vloeit voort uit het besluit van de NVVK-leden in mei 2024 om voortaan het vtlb als norm voor de afloscapaciteit te hanteren. Daardoor ontbreekt in grofweg een derde van de schuldregelingen afloscapaciteit. Overigens kijken NVVK-leden altijd of een eenmalige aflossing misschien wél mogelijk is.

Zes vragen aan NVVK-voorzitter Renate Richters over het aangenomen amendement

Wat vindt de NVVK van de in het amendement geciteerde kritiek van VNO-NCW en MKB-Nederland dat volledige kwijtschelding zonder aflossing 'te vaak wordt toegepast' en dat 'het evenwicht binnen het stelsel' onder druk zou staan?

Renate Richters: 'Als onze leden de vtlb-norm hanteren en de uitkomst is dat afloscapaciteit ontbreekt, dan is dat een gegeven. Daarvan kun je dus niet zeggen dat het wel of niet 'te vaak' wordt toegepast. Wat ons betreft is het belangrijker om het te hebben over de oorzaak: een te krap huishoudbudget door een te laag sociaal minimum. Het is onwenselijk dat schuldeisers op dit moment de rekening betalen voor het sobere overheidsbeleid op dit onderwerp.
Wat we in de praktijk zien is dat schuldeisers een regeling zonder afloscapaciteit gewoon accepteren als duidelijk is dat er echt geen perspectief op inkomensverbetering is. Verder is voor hen heel belangrijk dat NVVK-leden zich inzetten om via goede begeleiding en nazorg herhaling te voorkomen.'

Het amendement reserveert geld voor monitoring. Wat verwacht de NVVK daarvan?

'Mooi dat er geld voor monitoring komt, maar het komt eigenlijk te vroeg. In zijn antwoord op Kamervragen geeft ook minister Vijlbrief aan dat onderzoek naar gedragsverandering in relatie tot terugval op dit moment niet voor de hand liggend is. Vijlbrief schrijft, en we zijn dat met hem eens: 'Dit komt met name door het gebrek aan landelijke data over terugval. Door middel van het project Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) wordt data op een uniforme wijze vergaard, waardoor er meer inzicht komt in onder andere terugvalcijfers. De verwachting is dat in 2027 de eerste cijfers worden gepubliceerd'.
Minister Vijlbrief schrijft dat hij in dat jaar gaat bepalen of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Daar hebben we begrip voor. Op dit moment helpen wij NVVK-leden om hun aansluiting op DDAS in orde te brengen. Meedoen aan DDAS is verplicht voor NVVK-leden.'

MKB-Nederland heeft het in de media over een terugvalpercentage bij schuldregelingen zonder afloscapaciteit van 50 %, op LinkedIn zegt schuldeiser Achmea 25% terugval te zien bij deze groep. Wat ziet de NVVK eigenlijk?

'Precies weten we het niet, daarom is de ontwikkeling van DDAS zo belangrijk. Ons beeld is dat het terugvalpercentage in het algemeen schommelt rond de 10%. Maar in Amsterdam bijvoorbeeld noteert de afdeling schuldhulpverlening een terugval van slechts 2,4 %. Die bandbreedte geeft aan dat we alleen met betere data een goed gesprek over terugval kunnen voeren.’

Welk inzicht gaat DDAS bieden in terugval?

'We werken op dit moment samen met het ministerie, VNG, Divosa en het CBS aan het ontsluiten van inzichten vanuit DDAS. Ook voor terugval, maar dat komt pas met het verstrijken van de tijd beschikbaar. We kunnen nu nog niet terugkijken of iemand zich al eens eerder meldde voor een traject. Maar in de toekomst zullen we -vanzelfsprekend geanonimiseerd - kunnen zien of iemand in de voorgaande 5 jaar ook al eens een hulptraject succesvol doorliep.
Ook is te zien hoeveel hulpvragers aan een hulptraject begonnen, dat niet afmaakten en zich binnen 2 jaar opnieuw melden voor hulp. Bovendien verbindt DDAS data over vroegsignalering en schuldhulp, zodat we -vanaf 2027- ook kunnen analyseren wie we daarbinnen vaker terugzien.'


Het amendement beoogt de 'versterking van landelijke kwaliteits- en uniformiteitskaders binnen de minnelijke schuldhulpverlening'. Wat betekent dat in de praktijk?

'De NVVK werkt al aan kwaliteit via de audits die horen bij het NVVK-lidmaatschap. Die hebben ook een uniformerend effect: alle NVVK-leden door heel Nederland werken met dezelfde standaarden. Daarnaast draagt de 'basisdienstverlening schuldhulpverlening', die we samen met het ministerie, VNG en Divosa vormgeven, bij aan kwaliteit en uniformering. De middelen die het amendement vrijmaakt, kunnen daarvoor ingezet worden.'


Doel van het amendement is 'dat schuldhulpverlening sociaal, zorgvuldig en duurzaam is, en dat mensen niet na afloop opnieuw in financiële onzekerheid terechtkomen.' Wat is volgens de NVVK de beste route om dat te bereiken?

'Het amendement kan daaraan bijdragen. Het is nu al de inzet van onze leden. Daarbij kunnen we geen 100 % garantie op succes geven, dat kan niemand. Onze leden proberen hulpvragers weer duurzaam financieel redzaam te maken. Maar in het leven van mensen in het algemeen en van hulpvragers in het bijzonder vinden allerlei ingrijpende gebeurtenissen plaats. Die hebben invloed op het resultaat van financiële hulpverlening. Daarbij wegen ook de persoonskenmerken van hulpvragers, hun executieve vaardigheden en hun doenvermogen mee.'

Lees het hele amendement hier