Aanpassing per 1 april 2026
Ontvangt jouw hulpvrager zelf de kinderbijslag? Verreken die dan met het leefgeld
Met kinderbijslag kun je onder andere de 'dagelijkse kosten' van een kind betalen. Maar met deze 'dagelijkse kosten' wordt ook al rekening gehouden bij de berekening van het leefgeld waar een hulpvrager over moet kunnen beschikken. Daarom moet je een percentage van de kinderbijslag in mindering brengen op het leefgeld.
Voor de helderheid: dit leidt niet tot een vergroting van de afloscapaciteit. De ontvangen kinderbijslag blijft vrij besteedbaar.
Het Nibud heeft voor je uitgezocht hoe je dit goed doet. 'Een deel van de kinderbijslag is een bijdrage voor dagelijkse kosten, zoals eten en persoonlijke verzorging. Deze kosten zijn (deels) ook in het richtlijnbedrag voor leefgeld opgenomen. Het overige deel van de kinderbijslag is een bijdrage voor andere kosten, zoals kleding, een hogere energierekening, school en sport. Deze kosten zijn niet in het leefgeldbedrag opgenomen', schrijft het Nibud.
Nibud-tabel helpt je
Hoe weet je nu met welk bedrag je het leefgeld moet verminderen om te voorkomen dat mensen twee keer geld krijgen voor hetzelfde doel? Daarvoor maakte het Nibud een handige tabel.
'Vanaf de uitbetaling van de kinderbijslag per 1 april 2026 kunnen hulpverleners dit meenemen bij het vaststellen van het leefgeld. Omdat de kinderbijslag per kwartaal wordt uitgekeerd, is het aan de ouder(s) om een deel daarvan te reserveren voor het wekelijkse leefgeld', schrijft het Nibud. Het instituut adviseert hulpverleners om dit onderwerp te bespreken met hulpvragers, zodat de reservering vanuit de kinderbijslag daadwerkelijk plaatsvindt.
Lees bij het Nibud meer over 'leefgeld en kinderbijslag'.
