Antwoorden op alle vragen rond ons webinar 'Slimmer, sneller, beter'

Schermafdruk 2020-04-23 20.35.19.png23 april 2020

Op 7 april ontvingen we meer dan 300 belangstellenden voor een webinar over 'slimmer, sneller en beter' schuldregelen. De deelnemers stelden veel vragen. Hieronder volgen de antwoorden. Een verslag van het webinar vind je hier

SANERINGSKREDIET EN LANDELIJK GARANTIEFONDS

Hoe reageren schuldeisers op de inzet van een saneringskrediet? In de schuldhulpverleningsbranche is het gebruikelijk om meer te werken met schuldbemiddelingen. Dat zou het minnelijke traject meer gelijktrekken met de Wsnp. Schuldeisers weigerden in die tijd steeds vaker de oplossing van het saneringskrediet omdat ze dachten meer geld te krijgen in een Wsnp traject.

Grote schuldeisers staan anno 2020 vaak positief tegenover de inzet van een saneringskrediet. Dat blijkt onder andere uit hun bereidheid bij te dragen aan de vorming van een Landelijk Fonds Saneringskrediet.

Schuldeisers lopen een eventuele stijging van inkomsten van de hulpvrager mis, maar “de stijging is vaak zo gering dat dit nauwelijks zal opwegen tegen de extra administratieve kosten en tijd van een schuldbemiddelingstraject”, schreven onderzoekers in het rapport Naar een breder Schuldregelingspalet.
Wanneer we (met het oog op schuldeisers) de hulpvragers kritisch selecteren is het mogelijk om goed in te schatten bij wie de kans op een inkomensverhoging zo groot is dat een schuldbemiddeling de voorkeur verdient boven een saneringskrediet.

Zullen schuldeisers vanwege de economische crisis vaker uit coulance hun medewerking verlenen bij een saneringskrediet?

Misschien, ze zullen het in ieder geval doen om de hierboven genoemde redenen.

 Vergunning AFM nodig?

Moet een gemeente zonder eigen Kredietbank een AFM-verklaring hebben wanneer ze meer dan een bepaald aantal kredieten verstrekken per jaar?

Kredietverlening door gemeenten is inderdaad niet zonder meer toegestaan. Daarvoor biedt de wet een gemeente de mogelijkheid een gemeentelijke kredietbank op te richten of gebruik te maken van een bestaande kredietbank. Aansluiten bij het Landelijk Garantiefonds – dat loopt overigens ook via een Kredietbank- biedt een goed alternatief.

Borg staan door gemeente vervalt?

Wij als gemeente staan nu borg voor het saneringskrediet. Is dit dan niet meer nodig zodra het landelijk garantie fonds van start gaat?

Wanneer de gemeente deelneemt aan het landelijk garantiefonds zal dit fonds borg staan. De gemeente hoeft dan niet meer zelf borg te staan. Aan deelname aan het landelijk garantiefonds zullen voor de gemeente wel kosten verbonden zijn. Wat die kosten zijn wordt nog nader uitgewerkt.

 Met 100 euro 10.000 euro schuld oplossen

Ik hoorde dat je met 100 euro in het Garantiefonds 1.000 euro saneringskrediet kunt geven en daarmee 10.000 euro aan schulden op kan lossen. Hoe zit dat?

Voor een hulpvrager die met 10.000 euro schuld binnenkomt, bereken je de afloscapaciteit. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat je een voorstel doet aan de schuldeiser om 1.000 euro af te lossen en de rest kwijt te schelden. De hulpvrager krijgt een krediet van 1.000 euro en moet dat in drie jaar aflossen. De meeste hulpvragers lukt dat. Om de kosten van wanbetalers en de behandelkosten te dekken is een borgstelling van 100 euro nodig. Dat verklaart hoe je met 100 euro in een fonds 10.000 euro aan schuld op kunt lossen.

Kosten voor gemeenten

Welk rentepercentage hanteren de Kredietbanken?

Dat varieert tussen de 2 en 14 %. Het is afhankelijk van de gemeente waarmee de Kredietbank een relatie heeft. Als alle kosten van het werk van de Kredietbank gedragen moeten worden door de Kredietbank zelf, is het rentepercentage hoog. Draag de gemeente vanuit haar begroting bij, dan kan het percentage omlaag.

 Zorgt het Landelijk Garantiefonds Saneringskrediet ervoor dat de rente op saneringskredieten naar beneden gaat?

 Dat is afhankelijk van de hoogte van de huidige rente op een saneringskrediet. Die rente kan per gemeente verschillen. Het doel is dat kredietbanken zoveel mogelijk dezelfde (lage) rente voor een saneringskrediet gaan hanteren. De uiteindelijke hoogte van de rente is afhankelijk van de gemiddelde kosten van het verstrekken van een saneringskrediet.

Hoeveel procent van de saneringskredieten wordt niet terugbetaald?

Het niet-terugbetaalpercentage ligt tussen de 2 en 5%.

Wat als iemand met een saneringskrediet te maken krijgt met inkomensterugval, bijvoorbeeld door een economische crisis of bepaalde gebeurtenissen in het persoonlijk leven?

  • Als de inkomensterugval te voorzien is (bijvoorbeeld pensionering) kun je de terugval al meenemen bij het inrichten van het saneringskrediet.
  • Voor mensen met een behoorlijk inkomen is schuldbemiddeling misschien verkieslijker dan een saneringskrediet. Als ze hun inkomen verliezen, wordt dat bij schuldbemiddeling verwerkt in hun aflossingscapaciteit. Het saneringskrediet kent die mogelijkheid niet.
  • Wat wel kan is: de looptijd van het saneringskrediet verlengen. De andere optie is: als kredietverstrekker je verlies nemen en accepteren dat niet alles terugbetaald wordt. De ervaring tot nu toe is dat dit zelden het geval is (in 2- 5 % van de gevallen).
  • De kans dat het mis gaat, wordt wellicht iets groter wanneer saneringskredieten veel vaker dan nu worden toegepast. Dat is op dit moment nog onderwerp van onderzoek.

Als er sprake is van verdiencapaciteit weigeren sommige schuldeisers mee te werken aan een minnelijke regeling via een saneringskrediet. De kredietbank Amsterdam heeft hierover afspraken gemaakt met de rechtbank Amsterdam. Als de verdiencapaciteit een akkoord blokkeert, kan er voor de hulpvrager automatisch een Wsnp-traject worden aangevraagd. Maar de rechtbanken in Nederland zitten wat deze procedure niet op één lijn. Op welke wijze wordt dit ondervangen in de 'nieuwe' werkwijze?

We zien dat er op lokaal niveau soms al goed contact is tussen de gemeente en de rechtbank (zoals Amsterdam en Tilburg bijvoorbeeld). Uniform beleid vanuit de rechtbanken zou gemakkelijker zijn voor de professional èn eerlijker voor de klant. Daarom hebben we over deze nieuwe werkwijze ook contact met de rechtbanken en ReCoFa. Daarnaast hebben de rechtbanken met hun ‘Visiedocument schulden’ laten zien dat ook zij de maatschappelijke impact van schulden zien.

Het probleem zit in eerste instantie bij de weigerende schuldeisers. Dit kunnen we naar onze inschatting voor een groot deel ondervangen door in te zetten op meer convenanten en Collectief schuldregelen.

Is er al duidelijkheid over de bijdrage die een schuldhulpverlenende instelling (of de gemeente) moet doen om de borg te krijgen? Ten tijde van de eerste voorlichting was dit 10% van de openstaande schuld.

De exacte inrichting moet nog uitgewerkt worden. De NVVK is samen met anderen bezig hiervoor fondsen beschikbaar te krijgen. Vanuit schuldeisers bestaat ook bereidheid om erin te investeren. Als duidelijk is wie het fonds gaat vullen en tegen welke condities, kunnen we tot een tarief voor de gebruikers komen.

 Voor wie wel en voor wie niet?

Wordt er bij de keuze tussen een bemiddeling en sanering ook rekening gehouden met de situatie van de klant? Zijn er voorbeelden van soorten schulden en/of situaties waarin een saneringskrediet wel of juist niet kan worden ingezet?

De NVVK stelt een werkwijze voor die altijd uitgaat van een saneringskrediet. Is het zo dat de voorgestelde werkwijze gaat gelden voor alle schulden en persoonlijke situaties van cliënten? Ook bij een mogelijk verdienpotentieel van cliënten?

Het is niet zo dat we altijd uitgaan van een saneringskrediet. De situatie van de hulpvrager is het uitgangspunt. Voor een zzp’er in de bouw is een saneringskrediet misschien niet de beste optie. Met een fluctuerend inkomen is schuldbemiddeling meer in het belang van de hulpvrager.

Als je zeker weet dat iemand binnen 3 jaar meer gaat verdienen is het voor de schuldeiser beter om schuldbemiddeling in te zetten. Toch kan je ook in zo’n situatie de schuldeiser nog wel voorleggen wat die liever heeft: een bedrag ineens of drie jaar lang de schuld in de boeken houden, met een iets hogere aflossing als resultaat.

Als er geen zicht is op inkomensverbetering kun je het beste een saneringskrediet inzetten. Voor 40 % van de mensen met schulden geldt dat ze niets kunnen aflossen. Voor 10-15 % geldt dat ze alleen het minimum af kunnen lossen. Op die groep richt ons pleidooi zich.

Om vast te stellen of iemand binnen 36 maanden meer af kan lossen (bijvoorbeeld door te gaan werken) heb je vaak inzicht nodig in de medische beperkingen van mensen. Hoe voorkom je dat je daarmee de Algemene verordening gegevensbescherming overtreedt?

Een schuldeiser mag deze informatie niet opvragen bij de schuldhulpverlener, en de hulpverlener mag die ook niet delen met de schuldeiser. De schuldenaar mag in het kader van een schuldhulpverleningstraject de informatie wel zelf verstrekken, om aan te tonen dat er niet meer aflossing  haalbaar is. Hij kan dat doen door bijvoorbeeld een uitdraai van zijn medische situatie geheel of gedeeltelijk te overleggen.

Als de schuldeiser niet akkoord gaat met jouw voorstel voor de maximale afloscapaciteit op basis van de informatie die jij hebt verzameld, ligt de weg open naar een dwangakkoord.

In jurisprudentie is overigens uitgemaakt dat het niet verplicht is om medische gegevens te overleggen. Het is wel nuttig als je de schuldeiser om een gunst vraagt. De gevolgen van het niet overleggen van medische gegevens zijn voor de hulpvrager zelf.

Wat schuldhulpverleners betreft: bij onduidelijkheid over de toekomstige aflosmogelijkheden kiezen schuldhulpverleners vaak al snel voor schuldbemiddeling in plaats van een saneringskrediet. Om meer duidelijkheid te krijgen over de toekomstmogelijkheden mag je wel om verklaringen inzake arbeidsongeschiktheid vragen, maar niet om onderliggende medische stukken. Je kunt de klant wel vragen daarover iets te verklaren, waarbij je hem erop kunt wijzen dat hij dat naar waarheid moet doen.

Waarom geldt het Saneringskrediet en Garantiefonds niet voor ondernemers? Er zijn veel ondernemers die bijvoorbeeld in verband met de hoogte van hun inkomen en het inkomen van hun partner geen Bbz-krediet ontvangen van de gemeente. Voor hen blijft er dan alleen een driejarig schuldbemiddelingstrajectover.

Mogelijk komt er in de toekomst ook een aanbod voor ondernemers, we concentreren ons voor nu op particulieren. Ondernemers hebben ook andere wegen om sociale kredieten af te sluiten, bijvoorbeeld via de maatschappelijke kredietverstrekker Qredits.

Nazorg en gedragsverandering

Ik merk bij mijn klanten dat de motivatie om af te lossen bij een schuldbemiddelingstraject beter vast te houden is dan wanneer er op voorhand een zak met geld klaarstaat. Dat hoor ik ook terug als ik ze na afloop vraag naar hun ervaringen. Bij een bemiddelingstraject van drie jaar heb je doorgaans meer mogelijkheden om de klant te volgen en te coachen dan bij een saneringskrediet. Is er bij dat laatste dan niet meer kans op recidive?

In het verleden is dit onderzocht en dat onderzoek bevestigt deze ervaring. De NVVK bereidt nieuw onderzoek voor naar de recidive onder hulpvragers en de verschillen tussen de trajecten schuldbemiddeling en saneringskrediet. Daar volgt binnenkort meer informatie over.

Wanneer de tijd die nodig is voor intensieve coaching of begeleiding verwerkt is in de aanbiedingskosten van een saneringskrediet, kun je als hulpverlener doen wat nodig is. Die tijd ontstaat ook omdat je geen energie hoeft te steken in de tijdrovende hercontroles die horen bij schuldbemiddeling.

Wat doen we met niet gemotiveerde klanten en saneringskredieten? Het slagen van hun schuldregeling hangt niet meer van henzelf af. Welke ‘pressiemiddelen’ heb je dan nog?

    • Belonen werkt beter dan straffen. Het is dus de vraag of de pressie van de dreigende wolk schuldeisers die boven iemands hoofd hangt, echt motiveert.
    • Als de stress van de ‘wolk’ schuldeisers weg is, geeft dat meer ruimte in het hoofd om na te denken over de toekomstige omgang met geld en over het nut van gedragsverandering.
    • Er zullen altijd niet-gemotiveerde klanten overblijven. Maar als sector zitten we op dit moment nog middenin de beweging van een techniek-gedreven vakbenadering naar een mensgedreven vakbenadering. Dat vraagt ook bijscholing van schuldhulpverleners. Het vermogen om gedrag te beïnvloeden wordt belangrijker dan de techniek van schuldregelen.

Bij een saneringskrediet haal je eerder de stress weg bij een klant, dat is een duidelijk voordeel. Maar als het iemand betreft die al 15 jaar op een bepaalde manier met zijn financiën  omgaat, hoelang ga je die dan nazorg bieden? En wanneer spreek je dan van een geslaagd traject?

Zo iemand zou je wellicht kunnen helpen met budgetcoaching. Het traject is geslaagd als de financiële situatie duurzaam stabiel is.

Zou de NVVK er niet over na kunnen denken om saneringskredieten alleen aan te bieden onder de voorwaarde dat men gedurende de 3-jarige looptijd hulp en begeleiding accepteert die gericht is op gedragsverandering?

Dit is een interessante gedachte. Als NVVK willen we naar een nieuwe manier van toezicht die vooral gericht is op kwaliteitsverbetering. We leggen liever niet meer heel gedetailleerd vast wat er precies wel en niet moet. Het resultaat telt, bv dat je recidive onder een bepaald percentage blijft. Als jouw gemeente denkt dat deze voorwaarde effectief is, ben je vrij hem te verbinden aan het toekennen van een saneringskrediet. Elders heeft men wellicht andere manieren om klanten tot gedragsverandering te brengen.

 Verplicht voor NVVK-leden?

Als je lid bent van de NVVK, is het dan verplicht om deel te nemen aan het Landelijk Garantiefonds Saneringskrediet? Bij ons wordt het krediet bijna altijd terugbetaald. Het lijkt mij dat deelname aan een landelijk fonds ons dan meer gaat kosten dan nu.

Het is niet verplicht om deel te nemen. Of het duurder uit zal pakken, is de vraag. Op dit moment ligt het terugbetalingspercentage zeer hoog. Wanneer het saneringskrediet vaker ingezet wordt, stijgt het percentage wanbetalers misschien. Tegelijk heeft de landelijke werking van het fonds door de omvang een stabiliserend effect. Wanneer je het als hulpverlenende instantie zelf goedkoper kan, moet je daar gebruik van maken.

 SCHULDENKNOOPPUNT

Ik neem aan dat schuldeisers en schuldhulpverleners beiden betalen voor het gebruik van het Schuldenknooppunt?

Deelnemers aan het Schuldenknooppunt zijn inderdaad zowel schuldhulpverleners als schuldeisers. Beiden zullen gaan bijdragen aan beheer en doorontwikkeling van het Schuldenknooppunt en dus aan de financiën.

Betaalt een gemeente (NVVK-lid) dan op basis van het aantal schuldregelingsdossiers of het aantal "aanmeldingen SHV" dat wordt ingevoerd in het systeem? of misschien nog een andere grootheid?

Dit moet nog door de stuurgroep vastgesteld worden. Op dit moment lijkt het erop dat het aantal schuldregelingsdossiers gehanteerd zal worden.

 Als een schuldeiser moet gaan betalen voor aanmelding per dossier, zal de Vroegsignalering door de schuldeisers wellicht niet zo van de grond komen.

Dat ziet een aantal landelijke schuldeisers die in de startgroep deelnemen anders: het gaat hun veel tijd schelen (en daarmee kosten besparen) als alle vroegsignalen via het Schuldenknooppunt gaan lopen. Schuldeisers zoeken juist in het proces van vroegsignalering uniformiteit, misschien nog wel meer dan in het minnelijke traject waar het Schuldenknooppunt zich eerst op zal richten.

Het financieringsmodel is nu gebaseerd op berichten tbv de minnelijke regeling. Op het moment dat het berichtenverkeer uitgebreid zou worden met bijvoorbeeld vroegsignalering, dan kan het zijn dat het financieringsmodel wordt aangepast. Daarop lopen we nu niet vooruit.

Om van het SKP een groot succes te maken is de inrichting van de financiering een belangrijk onderdeel.

Absoluut, daarom gebeurt dat ook in nauw overleg met de leden van de stuurgroep, waar juist ook schuldeisers in deelnemen. 

COLLECTIEF SCHULDREGELEN

Er wordt gemeld dat er contact wordt gezocht met grote partijen (veel dossiers). Prima, maar het is ook van belang de 'trage' partijen mee te krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan banken. Daar zit de tijdwinst immers?

Klopt. In Den Haag en Amsterdam, waar al veel ervaring opgedaan is met collectief schuldregelen is goed gemonitord met welke schuldeisers afspraken nodig waren om de doorlooptijd te verkorten. Met meerdere banken zijn afspraken gemaakt die nu landelijk worden opgeschaald.

Maken gemeenten met hun vorderingen inmiddels deel uit van de 50 schuldeisers die meegaan in dit ‘nieuwe traject’? In veel schuldregeltrajecten is namelijk ook de gemeente schuldeiser. En daar zijn mijn ervaringen niet altijd positief. Zeker bij grote gemeenten zie je veel wisselend beleid en zijn de procedures alvorens er een akkoord is lang. Als dit niet wordt getackeld zijn de geschetste doorlooptijden (van 10 naar 1 dag) wel erg optimistisch.

Op lokaal niveau zijn afspraken met de eerste gemeenten gemaakt. Dit gaat Collectief Schuldregelen landelijk uitbreiden met de deelname van meer deelnemers. 

Eerdere ervaringen hebben aangetoond, dat bij collectief schuldregelen een of meerdere schuldeisers toch een voorbehoud willen kunnen maken over het al dan niet akkoord gaan. Wat is jullie standpunt hierover? Maatwerk snap ik maar hoe voorkom je veel uitzonderingen?

Voor iedereen is het wennen om anders te werken. De praktijk en de feiten tonen aan dat dergelijke uitzonderingen niet noodzakelijk zijn om als schuldeiser minimaal dezelfde resultaten (ontvangsten) te behalen. Daarnaast zijn schuldeisers, doordat steeds meer gemeenten met collectief schuldregelen (gaan) werken, ook bereid dergelijke voorwaarden te laten varen. De collectieve aanpak is hier de overtuigende factor. De NVVK en SchuldenlabNL blijven met alle betrokken organisaties in gesprek om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en te houden. 

OVERHEIDSCONVENANTEN

De invoering van het Eén Overheidsconvenant is per 1 juli. Mag ik aannemen dat de huidige convenanten tot die datum gewoon van toepassing blijven?

Ja die blijven tot die datum geldig, zie daarvoor het NVVK-ledenweb.

Wanneer komt de tekst van het overheidsconvenant (en eventuele verdere informatie) beschikbaar op NVVK-website? In juni of eerder?

De teksten zijn nu al beschikbaar en staan op het ledenweb.

Doen alle overheidsschuldeisers mee?

Er doen zes grote landelijke overheidsschuldeisers mee met dit convenant; de Belastingdienst, CAK, CJIB, DUO, SVB en UWV. Helaas (nog) geen gemeenten en waterschappen. Met (vertegenwoordigers van) gemeenten hebben we wel gesprekken gevoerd. Op de laatste bijeenkomst van de LvLB (landelijke vereniging van lokale belastingen) heeft de NVVK bijvoorbeeld een presentatie gegeven. Met de vertegenwoordiging van gemeenten als geheel, inclusief sociale diensten, is ook contact. Het staat op ons wensenlijstje om met hen tot een convenant te komen.

Met welke schuldeisers wil de NVVK nog meer convenanten afsluiten?

Onze ambitie is om in de komende drie jaar met de top-10 van grote schuldeisers een ‘standaard akkoord’-convenant af te sluiten. We vormen huidige convenanten om en zoeken contact met partijen waar we nog geen samenwerking mee hebben. Prioriteit geven we aan grote schuldeisers en aan schuldeisers die veel tijd nemen om te reageren. Het NVVK-Kernteam ‘Samenwerking schuldeisers’ heeft bijvoorbeeld om deze reden banken naar voren gehaald in de planning. 

Zie ook dit verslag van het webinar

« Terug

Naar boven