'Bureaucratie en traagheid raakt kwetsbare inwoner'
Knelpunten bij banken hinderen financiële hulpverlening
Kwetsbare inwoners in bewind of budgetbeheer lopen bij Nederlandse banken vast in een woud van administratieve drempels, trage procedures en onaangekondigde beleidswijzigingen, melden hulpverleners. Binnenkort gaan we er voor de tweede keer over in gesprek met de Nederlandse Vereniging van Banken.
De NVVK ondervroeg haar leden over het onderwerp via een enquête, waaraan 27 hulporganisaties meededen. Zij beheren samen ongeveer 36.000 rekeningen van inwoners in bewind en budgetbeheer.
Wanneer iemand in bewind of budgetbeheer gaat, hebben financieel hulpverleners de medewerking van banken nodig om de hulpverlening te laten starten. Ze openen bankrekeningen voor beheer en/of leefgeld. Uit de enquête blijkt dat de werkwijze van banken de opstart van financiële hulpverlening in deze situaties regelmatig ernstig vertraagt. Hierdoor lopen de spanningen bij hulpvragers op en ontstaan er in de praktijk onnodig nieuwe schulden.
Wekenlang wachten
Een probleem dat nagenoeg alle cliënten raakt is de doorlooptijd voor het openen van een beheer- of leefgeldrekening. Bij het merendeel van de ondervraagde organisaties duurt dit proces gemiddeld twee weken tot twee maanden. Dat heeft in twee opzichten negatieve gevolgen:
- wanneer de bankrekening die de hulpvrager tot dan toe zelf gebruikte onder beheer wordt geplaatst en een leefgeldrekening weken of zelfs maanden op zich laat wachten, is het voor de cliënt moeilijk in zijn eerste levensbehoeften te voorzien.
- wanneer de bewindvoerder lang moet wachten op het openen van een nieuwe beheerrekening waar het inkomen en de vaste lasten aan gekoppeld kunnen worden heeft de hulpvrager gedurende al die weken ten onrechte volledige toegang tot zijn bankrekening. Hierdoor kan betaling van vaste lasten (zoals huur en energie) averij oplopen omdat de hulpvrager niet voldoende reserveert. Dan ontstaan er nieuwe schulden. Dit brengt schuldhulpverlening en schuldenrust in gevaar en zorgt voor een enorme toename van stress en escalatie bij huishoudens die juist proberen hun financiën op orde te krijgen.
Formulier-bureaucratie
De administratieve eisen die banken stellen, worden door de deelnemende NVVK-leden in de enquête omschreven als 'uiterst star en inflexibel'. Banken wijzigen hun aanvraagformulieren en acceptatievoorwaarden vaak en onaangekondigd. 'Als je een formulier indient dat recent is gewijzigd, weigert de bank de aanvraag via de oude versie in behandeling te nemen’, meldt een van de respondenten.
Daarnaast eisen banken nog altijd fysieke, 'natte' handtekeningen bij de aanvraag. Dit werpt een enorme barrière op voor een doelgroep die vaak niet over een printer of de benodigde digitale vaardigheden beschikt.
Handtekening van burgemeester
Soms nemen de eisen disproportionele vormen aan. Zo meldt een gemeente dat een grote bank een fysieke handtekening van de burgemeester vereiste voor een hypotheekwijziging van een onderbewindgestelde, en een handtekening van de wethouder voor een simpele bankpasaanvraag. Dit ondanks de aanwezigheid van een rechterlijke beschikking en een geldige mandaatregeling.
Ook de kosten stijgen: zo rekent een bank tot wel tien euro voor het verstrekken van één enkel papieren maandoverzicht.
Zorgen over privacy en expertise
Hulporganisaties maken zich grote zorgen over de service en de naleving van de privacywetgeving door banken. Meerdere gemeenten melden dat een van de banken de bankgegevens en bankpassen van inwoners direct koppelt aan de privé-bankapp van een medewerker (bewindvoerder), simpelweg omdat de organisatie geen algemene zakelijke rekening heeft bij deze bank.
Een ander terugkerend probleem is dat bewindvoerders bij vragen vaak aangewezen zijn op algemene helpdesks. De bankmedewerkers kennen de wettelijke kaders en de geldende mantelovereenkomsten met bewindvoerders en budgetbeheerders niet.
Hulpvragers vallen buiten de boot
Naast deze algemene drempels vormen eerdere frauderegistraties of risicosignaleringen in combinatie met bewind of budgetbeheer een bijna onneembare hindernis voor een specifieke, kleinere groep cliënten. Banken hanteren onder andere het Extern Verwijzingsregister, waarin mensen staan die betrokken waren bij een ernstig fraude-incident.
Zodra er een registratie achter de naam van een cliënt staat, weigeren banken een rekening te openen, tenzij een aanvraag past binnen de strikte kaders van het convenant Basisbankrekening (zie kader verderop). Een belangrijk gegeven hierbij is dat niet iedereen die in het register staat, zelf fraudeerde. Ook wanneer je door anderen misbruikt werd, bijvoorbeeld als geldezel, kan je in dit register terechtkomen.
Hulpverleners benadrukken dat uitsluiting van een bankrekening in het geval van beschermingsbewind onterecht is. Juist omdat de cliënt onder actieve, professionele begeleiding staat en de beheerrekening niet zelf in handen heeft, is voor de bank het risico op herhaling minimaal. Door deze cliënten toch categorisch te weigeren, kunnen hulporganisaties hen in de praktijk geen bewind of budgetbeheer aanbieden en vallen hulpvragers buiten de boot.
'Ontwikkel landelijk uniforme procedure'
We pleiten naar aanleiding van onze bevindingen voor een landelijke, uniforme en gedigitaliseerde procedure voor het openen van beheer- en leefgeldrekeningen binnen de financiële hulpverlening. We roepen de grootbanken (ING, Rabobank, ABN AMRO en de Volksbank) op om gezamenlijk hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Alleen door processen te vereenvoudigen en te standaardiseren kan financiële uitsluiting van kwetsbare inwoners worden voorkomen.
We hebben op basis van meerdere signalen deze problematiek voor de zomer al besproken met de Nederlandse Vereniging van Banken. Daarna hebben we ervaringen van onze leden opgevraagd, waaruit de omvang van de problematiek blijkt. Binnenkort hebben we een vervolggesprek met de NVB waarin we de uitkomsten van ons onderzoek delen. Hopelijk komen we snel tot een oplossing voor de gesignaleerde problemen.
Convenant Basisbankrekening hapert eveneens
Mensen die wegens eerdere incidenten of wegens opname in een register (zoals het EVR) nergens terechtkunnen voor een basisbetaalrekening, kunnen op basis van het convenant Basisbankrekening wel een basisbankrekening openen bij de laatste bank waar ze een rekening hadden.
Het convenant Basisbankrekening is getekend door ABN AMRO, ING, Rabobank, ASN Bank en Triodos en maatschappelijke organisaties (waaronder leden van de NVVK en de VNG, beschermingsbewindvoerders en het Leger des Heils). In onze bovengenoemde enquête maken onze leden ook veel opmerkingen over rekeningen die ze op basis van dit convenant willen openen. Theoretisch regelt het convenant de toegang tot een rekening, maar de praktijk is weerbarstig, merken NVVK-leden die een beroep doen op het convenant voor iemand in budgetbeheer of beschermingsbewind.
Dit zijn de belangrijkste terugkerende ervaringen:
Onduidelijkheid: Het is vaak onbekend bij welke bank als laatste gebankierd werd door de hulpvrager. Banken weigeren de bij hen bekende info te delen.
Weerstand: Hulpverleners ervaren onduidelijke routes en weinig medewerking van banken bij aanvragen.
Trage administratie: Het proces is log; digitalisering via een centraal portaal is dringend gewenst. Hulpverleners pleiten ervoor om professionele begeleiding zwaarder mee te laten wegen om acceptatie te versnellen.