Minister Vijlbrief beantwoordt Kamervragen
'Schuldregeling zonder afloscapaciteit past binnen wettelijke kaders'
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) schrijft in antwoorden op Kamervragen dat een schuldregeling zonder afloscapaciteit past binnen de bestaande wettelijke kaders.
De minister noemt in zijn brief 5 argumenten waarom een schuldregeling zonder afloscapaciteit mogelijk is:
- Een buitengerechtelijke schuldregeling komt vrijwillig tot stand tussen de schuldenaar en de schuldeisers, waarbij contractvrijheid het uitgangspunt is.
- Vanwege de vrijwilligheid is er weinig in wetgeving vastgelegd over de wijze van uitvoering. Het is aan schuldenaren en schuldeisers om tot afspraken over het aflossen van de schuldenlast te komen.
- Juist doordat een buitengerechtelijke schuldregeling een afspraak is tussen partijen staat het hen vrij om de voorwaarden van de schuldregeling met elkaar af te stemmen. Wanneer partijen er onderling niet uitkomen, is er een mogelijkheid om een dwangakkoord aan te vragen.
- De Wgs zegt dat de beslagvrije voet (bvv) in acht genomen moet worden. Het vtlb ligt in de meeste gevallen niet onder de bvv en daarom is het gebruik van het vtlb voor het vaststellen van de afloscapaciteit niet onrechtmatig, aldus de minister
- De memorie van toelichting op de Wgs zegt enerzijds dat 5 % van de beslagvrije voet gebruikt kan worden voor het aflossen van schulden. Maar 'in de memorie van toelichting staat ook dat het ophogen van de beslagvrije voet is toegestaan, het verminderen niet. Daarmee is het toepassen van het vrij te laten bedrag niet strijdig met de Wgs', aldus minister Vijlbrief.
Onduidelijkheid wegnemen
De memories van toelichting bij de oorspronkelijke Wgs van 2012 en de gewijzigde Wgs van 2021 bevatten wel tegenstrijdige informatie over het gebruik van het vtlb en de beslagvrije voet, schrijft de minister aan de Kamer. 'Het kabinet is hierover in gesprek, ook met betrokken partijen uit de praktijk, om te bezien hoe deze onduidelijkheid weggenomen kan worden.'
Vtlb draagt bij aan uniformiteit
Dat de NVVK-leden er in 2024 voor kozen om voortaan uit te gaan van het vtlb als rekennorm voor het vaststellen van de afloscapaciteit, juicht Vijlbrief toe. 'Het is voor de schuldhulpverleningspraktijk wenselijk dat dat de NVVK haar leden een uniform kader biedt waardoor zowel schuldeisers, schuldenaren en schuldhulpverleners weten waar ze aan toe zijn.'
Kritisch kijken naar afdracht
Vijlbrief 'herkent de zorg dat het ontbreken van afloscapaciteit via de vtlb-berekening grote consequenties kan hebben voor schuldeisers'. Maar hulpvragers moeten voldoende overhouden om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud. Kritisch kijken naar wat iemand kan afdragen blijft van belang, aldus Vijlbrief.
'Begeleiding en nazorg is belangrijker'
Tegelijk maakt hij in de beantwoording van de Kamervragen duidelijk dat goede begeleiding en nazorg meer betekent voor gedragsverandering en het voorkomen van herhaling dan 'een maandelijkse aflossing'. Vijlbrief: 'Gemeenten kennen de wettelijke verplichting om nazorg te bieden. Op welke manier financiële begeleiding en nazorg kan worden geboden is uitgewerkt in de basisdienstverlening'.
Nazorg altijd 12 maanden
'In lijn met de motie Van Eijk (VVD) en Inge van Dijk (CDA) is opgenomen dat de nazorgperiode 12 maanden duurt. Hiermee blijft de inwoner nog in ieder geval 12 maanden na finale kwijting van de schulden in beeld, ook wanneer er sprake is geweest van een 'nulaanbod'. (...) Dit alles heeft als doel om terugval in een schuldensituatie te voorkomen.'