Overslaan en naar de inhoud gaan

'Halvering geeft sneller perspectief, effect op aanmeldingen nog niet zichtbaar'

Hogeschool Amsterdam rapporteert over kortere aflostermijn:

'Halvering geeft sneller perspectief, effect op aanmeldingen nog niet zichtbaar'

19 januari 2026

Staatssecretaris Nobel van SZW stuurde twee rapporten over de halvering van de saneringstermijn naar de Tweede Kamer. Hij schrijft erbij dat het kabinet positief is over de halvering. Wel acht Nobel waakzaamheid geboden wat betreft de inrichting van nazorg en begeleiding om terugval te voorkomen.

Op verzoek van Nobel onderzocht een team van de Hogeschool van Amsterdam de effecten van de halvering van de aflostermijn in de Msnp. Het volledige rapport staat hier.

Daarnaast vroeg de staatssecretaris aan het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand om onderzoek te doen naar de halvering van de aflostermijn in de Wsnp. Het volledige rapport staat hier.

Beide rapporten dragen, aldus de brief, bij aan 'de totstandkoming van een samenhangend schuldentraject en een betere doorstroom naar de Wsnp'.

Meer energie, meer motivatie

De inhoud van het 50 pagina's tellende rapport over de Msnp komt hierop neer:

  • Uit de evaluatie van de verkorting van het minnelijke schuldhulpverleningstraject blijkt dat alle betrokken partijen – uitvoerders, schuldeisers en inwoners – erkennen dat de halvering van de aflosperiode naar 18 maanden zorgt voor sneller perspectief op een schuldenvrije toekomst. Dit wordt breed als (zeer) positief ervaren. In de enquête noemt 48 procent van de respondenten dit snellere perspectief als belangrijkste positieve gevolg. Het eerder zicht op een schuldenvrije toekomst leidt er volgens interviews met inwoners en uitvoerders toe dat mensen meer energie en motivatie ervaren om het traject goed te doorlopen en na te denken over hun toekomst. Met name voor mensen die vaak al lange tijd zelf hebben geworsteld met hun schulden en hun situatie als uitzichtloos ervoeren, biedt een periode van 18 maanden wél perspectief, waar 36 maanden dat niet of in mindere mate deed.

Lichte stijging instroom

  • Uit de monitoringscijfers kan niet eenduidig worden geconcludeerd dat de instroom in minnelijke trajecten is veranderd als gevolg van de verkorting. Wel is sprake van een stijging van aanmeldingen bij schuldhulpverlening: tussen 2022 en 2024 nam het aantal aanmeldingen met 8 à 9 procent toe. Ook is in 2024 sprake van ongeveer 10 procent meer tot stand gekomen schuldregelingen ten opzichte van 2023. Deze stijgingen zijn echter niet direct toe te schrijven aan de verkorting van het minnelijke traject, omdat meerdere oorzaken mogelijk zijn. Uit interviews blijkt bovendien dat inwoners zich niet eerder melden. Veel mensen zijn bij aanmelding niet op de hoogte van de mogelijkheden van schuldhulpverlening of van de halvering van de aflosperiode. Ook schuldeisers zien (nog) geen toename van het aantal trajecten. Daarnaast laten de cijfers zien dat de gemiddelde schuldhoogte bij aanmelding stijgt, wat erop wijst dat mensen zich niet eerder melden dan voorheen.

Schuldeisers werken mee

  • Door schuldhulpverleners werd aanvankelijk gevreesd dat schuldeisers minder zouden meewerken, omdat zij een kleiner deel van hun vordering terugkrijgen. In de praktijk blijkt dit niet het geval. Hoewel er bij de invoering van de halvering sprake was van initiële weerstand, is deze na overleg met de NVVK grotendeels verdwenen. Schuldhulpverleners bereiden niet meer dwangakkoorden voor dan voorheen en schuldeisers geven aan doorgaans akkoord te blijven gaan met schuldregelingen. Dit wordt bevestigd door cijfers waaruit blijkt dat het aantal dwangakkoorden sinds 2024 stabiel is.

Wettelijke borging niet nodig

  • Wel geeft 63 procent van de schuldhulpverleners aan dat overleg en onderhandeling met schuldeisers meer tijd en inspanning kosten, mede door de combinatie van de halvering en schuldregelingen zonder afloscapaciteit. Kleine schuldeisers, met name in het MKB, ervaren financiële gevolgen, al is hun aandeel in de totale schuldenlast beperkt. Op basis van de bevindingen is geen wettelijke borging nodig; de verkorting is inmiddels bestaande praktijk.

Aandacht voor begeleiding en nazorg

  • Tot slot worden ook aandachtspunten genoemd. Er bestaat bij een deel van de ondervraagde schuldhulpverleners een gevoel van onrechtvaardigheid, zowel richting mensen met een hoge afloscapaciteit die geen gebruik kunnen maken van de verkorting, als richting mensen voor wie 18 maanden als te kort wordt ervaren. Daarnaast leeft de zorg dat de kortere looptijd onvoldoende ruimte biedt voor gedragsverandering, financiële weerbaarheid en nazorg, wat mogelijk tot herhaling van de problemen kan leiden. Het is echter nog te vroeg om hier objectieve conclusies over te trekken. Alle betrokkenen benadrukken het belang van duurzame schuldhulpverlening met goede begeleiding en nazorg.

NVVK Live met Anna Custers

Onderzoeksleider dr. Anna Custers vertelt in deze aflevering van NVVK Live over de conclusies van het onderzoek van de Hogeschool:

'Kabinet positief over verkorting'

Staatssecretaris Nobel stuurde het rapport aan de Kamer, en schreef erbij dat het kabinet positief is over de verkorting van de minnelijke schuldregeling en de Wsnp, omdat dit de motivatie van inwoners vergroot en sneller perspectief biedt op een schuldenvrije toekomst. Tegelijkertijd vraagt de verkorting om waakzaamheid, vindt Nobel. Goede begeleiding en nazorg zijn essentieel om duurzaam uit de schulden te blijven en terugval te voorkomen. Daarbij is aandacht nodig voor het leereffect bij inwoners, voor de positie van kleine schuldeisers en voor de werkdruk. Die steeg door de halvering van de saneringsperiode.

'Kwaliteitskader schuldhulpverlening' in de maak

Het kabinet werkt door aan de basisdienstverlening schuldhulpverlening, met passende begeleiding en nazorg, ook voor inwoners in de Wsnp. Ook werkt het kabinet aan een Kwaliteitskader schuldhulpverlening. 

'Over dat Kwaliteitskader zijn we in gesprek met het ministerie', vertelt beleidsadviseur Joeri Eijzenbach. 'Op organisatieniveau kennen we al een driejaarlijkse toets, vanuit ons NVVK Kwaliteitskader. Het kabinet ziet, net als wij, de basisdienstverlening als een eerste landelijke basis voor schuldhulpverlening. Dat project werkt al kwaliteitsverhogend. Daarnaast zijn er meer opties om de kwaliteit van de schuldhulp-dienstverlening te borgen of naar een hoger niveau te tillen. Die mogelijkheden verkennen we samen met het ministerie.'

Naast de ontwikkeling van een Kwaliteitskader zet het kabinet ook in op betere toegang, vroegsignalering, meer vindplaatsen en meer bekendheid, onder meer via het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Inwoners moeten zich altijd met financiële zorgen tot de gemeente kunnen wenden, ook voor lichtere vormen van hulp. De bevindingen uit het rapport van de Hogeschool van Amsterdam worden meegenomen in beleid.

Ook Wsnp-halvering onderzocht

Dat geldt ook voor de bevindingen uit een ander rapport dat Nobel naar de Kamer stuurde, van het Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand. Daarin wordt de impact van de halvering op de Wsnp onderzocht. 

Dit is de samenvatting van het 33 pagina's tellende rapport:

  • De korte tijd sinds de invoering van de wetswijziging in de Wsnp maakt het nog niet mogelijk om daadwerkelijke effecten vast te stellen. De eerste trajecten lopen pas recent af en er is nog onvoldoende zicht op hoe de cijfers zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Respondenten geven aan dat het te vroeg is om conclusies te trekken en dat nog niet met alle wijzigingen ervaring is opgedaan. Daarom richt het onderzoek zich op mogelijke effecten.
  • Sinds de wetswijziging in 2023 lijkt de in- en doorstroom naar de Wsnp enigszins verbeterd. Er is een lichte stijging zichtbaar in het aantal aanvragen en toelatingen. Respondenten bevestigen dat hulpvragers sneller en makkelijker worden toegelaten, mogelijk doordat de verplichting om eerst het minnelijke traject te doorlopen is afgeschaft. Deze ontwikkeling is echter niet in alle arrondissementen gelijk, doordat rechtbanken de wijzigingen niet uniform toepassen.
  • Tegelijkertijd uiten professionals zorgen over negatieve effecten. De verkorting van het Wsnp-traject zou het leereffect en de gedragsverandering bij hulpvragers beperken. Ook is er minder ruimte om fouten te herstellen, waardoor bewindvoerders minder kunnen bijsturen en de kans op terugval toeneemt. Daarnaast krijgen schuldeisers, vooral kleine schuldeisers, minder geld terug. Bewindvoerders ervaren bovendien een hogere werkdruk. Vervolgonderzoek is nodig om daadwerkelijke effecten vast te stellen.