Kamer wijzigt Participatiewet, voortaan bij onbedoelde fraude toch schuldregeling

Schermafbeelding 2020-09-08 om 13.59.39.png08 september 2020

De Participatiewet wordt gewijzigd. Wie een uitkering aanvraagt maar ook nog een vordering van een gemeente heeft vanwege fraude, maakt minder kans op een positief besluit. Daarmee wordt de wet strenger, maar tegelijk heeft de Kamer ervoor gezorgd dat de wet minder streng wordt voor mensen die per ongeluk hebben gefraudeerd.

Vier maanden je post niet open maken, per ongeluk een verkeerde postcode invoeren, niet op een informatieverzoek reageren van de gemeente: het kan bij uitkeringsgerechtigden allemaal leiden tot het etiket ‘fraudeur’. Met als gevolg: geen schuldregeling, omdat een gemeentelijke schuldeiser daar niet aan mee mag werken. Na vandaag wordt dat anders.

Onbedoelde fraude verkleint kans op uitkering

De Kamerleden Bruins (CU) en Peters (CDA) dienden een amendement in op de wijziging van de Participatiewet. Die wetswijziging heeft als gevolg dat mensen die fouten maken rond hun uitkering, nog zwaarder getroffen worden dan nu al het geval is. De vordering die de gemeente op ze heeft wegens de fraude, mag nu nog afgetrokken worden van het vermogen. Na de wetswijziging mag dat niet meer. De kans dat vervolgens een uitkeringsverzoek wordt afgewezen, neemt daardoor toe.

Maar voor mensen die hulp zoeken bij hun schulden, verbetert de situatie. Het amendement van Peters en Bruins bepaalt dat het verbod voor een gemeentebestuur om in te stemmen met een schuldregeling voortaan alleen nog geldt voor vorderingen waarbij de informatieplicht is geschonden én waarbij sprake is geweest van vastgestelde opzet of grove schuld.

Bij onbedoelde fraude toch een schuldregeling

Dat maakt het voor gemeentelijke afdelingen die gaan over uitkeringen mogelijk om mee te werken aan schuldregelingen die opgesteld zijn door hun eigen collega's die werken als schuldhulpverleners. Tot nu toe troffen de twee afdelingen elkaar regelmatig voor de rechter. Daar komt nu hopelijk een einde aan. Het  amendement werd door een Kamermeerderheid ondersteund. Verantwoordelijk staatssecretaris Van 't Wout diende als voorzorg al een eigen wijzigingsvoorstel in om, als het amendement zou worden aangenomen, tijd te hebben voor een uitvoeringstoets op de gevolgen. Het wetsvoorstel dat de aanleiding was voor het amendement, is eveneens aangenomen. 

Bij de behandeling van de wijziging van de Participatiewet drong de Kamer tot onze vreugde aan op een genuanceerdere omgang met het etiket ‘fraude’. In een eerder bericht schreven we al dat het voorstel voor de wijziging van de Participatiewet ongewenste effecten kon hebben.

Amendementen ter stemming

Een tweede amendement van de leden Raemakers (D66), Jasper van Dijk (SP), Gijs van Dijk (PvdA), Renkema (GroenLinks) en Kuzu (Denk) dat het uitsluiten van fraudevorderingen bij de vermogenstoets alleen wil toepassen als er sprake is van ‘opzet of grove schuld’ haalde het niet. "Dit amendement voorkomt dat personen die niet aantoonbaar met opzet of door ernstige nalatigheid de inlichtingenplicht schenden disproportioneel getroffen worden", aldus de indieners van het amendement. Het kreeg echter onvoldoende steun in de Kamer. 

Moties ter stemming

Daarnaast stemt de Kamer over de volgende moties:

Uitkering is vangnet

Het is goed dat de wet geamendeerd is, omdat ‘fraude’ volgens ons niet altijd fraude is. De Participatiewet heeft een eigen definitie van fraude. We zijn er sterk voorstander van dat een schuldregeling mogelijk wordt voor mensen die onbedoeld fraudeerden door per ongeluk een verkeerde postcode invoeren, vier maanden hun post niet open te maken, of door niet op een informatieverzoek te reageren van de gemeente.

Voor de meeste mensen met een uitkering is de uitkering ook hun vangnet. Daar waar er iets misgaat in de betalingen of in de aanvraag is dat vaak niet met opzet. Soms weet de inwoner helemaal niet dat hij fout zit. Volgens de Participatiewet ben je dan toch een fraudeur. In het huidige wetsvoorstel wordt de fraudevordering dan niet meer meegewogen voor de vermogenstoets om te bepalen of je recht hebt op een uitkering. Die bepaling raakt kwetsbare mensen wat ons betreft nog steeds te hard.

"Praktijk verandert niet"

"Wat ons betreft is dit een politiek gevecht op de vierkante centimeter", zegt juridisch beleidsadviseur Joeri Eijzenbach van de NVVK. "De meeste mensen in de bijstand hebben al geen vermogen. De mensen die kampen met een fraudevordering hebben vaak ook andere schulden. Er zal dus in de praktijk niet veel veranderen."

"Dat artikel 60c van de Participatiewet nu wordt aangepast is een hele mooie ontwikkeling. Rechters oordelen al jaren stelselmatig dat een gemeente wél moet meewerken aan een schuldregeling. Maar daar is dan eerst een rechtsgang voor nodig, waar dus twee overheidsvertegenwoordigers tegenover elkaar stonden. Dat is verspilling van publieke middelen. Hopelijk komt daar nu een einde aan."

Zie ook dit bericht in Binnenlands Bestuur waarin we al eerder reageerden op dit onderwerp.

« Terug

Naar boven