Overslaan en naar de inhoud gaan

Werkwijzer Dak- en thuisloze mensen

Vindplaatsen

Het is belangrijk dat (dreigend) dakloze mensen met geldzorgen of schulden vroegtijdig ondersteuning krijgen bij regel- en geldzaken, zodat hun problemen niet verergeren, ook als er (nog) geen huisvesting beschikbaar is. Dit kan echter lastig zijn, omdat hun situatie niet stabiel is en ze soms moeilijk bereikbaar zijn. Ze melden zich lang niet altijd, bijvoorbeeld omdat ze op een plek verblijven waar dat niet is toegestaan, of omdat ze bang zijn welke gevolgen het heeft voor henzelf of degene bij wie ze verblijven als ze zich melden. Ook weten sommige dakloze personen niet welke hulp waar te vinden is of hebben ze onvoldoende oplossingsvaardigheden en vertrouwen in de overheid.

Wil je in contact komen met dak- en thuisloze mensen, denk je wellicht als eerste aan de openbare ruimte, zoals op straat, of aan de opvang. Slechts ongeveer een derde verblijft echter op een van deze plekken. Er is veel sprake van verborgen dakloosheid, bijvoorbeeld bij mensen die regelmatig

van adres wisselen, doordat ze bij verschillende mensen op de bank slapen, of bij mensen die slapen op locaties die niet bedoeld zijn voor langdurige bewoning.

Wat kun je doen?

  • Zorg dat je bekend, vindbaar en bereikbaar bent voor hulpvragers en voor andere professionals en hulpverleners.
  • Leg contact met een noodopvang en/of tijdelijke opvang voor dakloze mensen en maak afspraken om samen te werken. Laat flyers achter, zodat mensen gemakkelijk en vrijblijvend contact kunnen opnemen. Opvangadressen vind je via de Vereniging Valente.
  • Het is belangrijk om samen te werken met huisartsen, want zij horen meer over de persoonlijke situatie van patiënten die op consult komen. Dit geldt ook voor andere zorgaanbieders, Jeugdzorg, jongerenwerkers, de vrouwenopvang en opvang van tienermoeders.

Nuttige contacten

Wil je beter zicht krijgen op of contact leggen met dak- en thuislozen, gebruik dan onderstaande lijst met personen en instanties. Zij hebben mogelijk te maken met mensen uit deze doelgroep en kunnen je informeren. Mogelijk kun je ook afspraken maken om samen te werken.

  1. Huisartsen en straatartsen.
  2. Opvanglocaties, zoals vrouwenopvang, gezinsopvang, jongerenopvang en 24-uursopvang. Bespreek met elkaar manieren om mensen te bereiken die worden afgewezen voor opvang of die al eerder door de gemeente zelf zijn afgewezen.
  3. Instellingen waarbij mensen de instelling verlaten zonder vervolghuisvesting of waar mensen langer in de instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting. Denk hierbij aan jeugdzorginstellingen (waar jongeren de instelling moeten verlaten zodra ze 18 jaar zijn), penitentiaire inrichtingen, GGZ-instellingen of ziekenhuizen (wanneer hun indicatie is afgelopen of waar mensen langer mogen blijven).
  4. Lokale partijen die mogelijk zicht hebben op dak- en thuisloze mensen met geldzorgen, zoals bemoeizorg, buurtteams, wijkcentra, welzijnsorganisaties/organisaties voor sociaal werk, jeugdhulpverlening/-zorg/-voorzieningen, (school)maatschappelijk werk, scholen/onderwijsinstellingen (denk ook aan scholenkoepels), boa’s, boswachters, havenopzichters/-autoriteiten, beveiligers, parkeergarages, gemeentelijke reinigingsbedrijven, de NS, woningcorporaties, kerken, gemeentelijke afdelingen/diensten zoals burgerzaken en werk en inkomen, GGZ- en verslavingszorginstellingen/-diensten, penitentiaire inrichtingen, reclassering, organisaties voor sekswerkers, ziekenhuizen, thuiszorg, verloskundigen, campings en vakantieparken, vrijwilligersorganisaties, voedselbanken, en belangenbehartigersorganisaties.
  5. Organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van dakloosheid, zoals belangenbehartigersorganisaties als het Straat Consulaat in Den Haag, de Straatalliantie in Amsterdam en andere leden van Dakloosheid Voorbij.
  6. Wmo-loketten bij de gemeente.

Dakloze arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten en eventuele gezinsleden vormen een bijzonder kwetsbare groep als het gaat om dakloosheid. Vaak krijgen ze onderdak via hun werkgever of een uitzendbureau. Hun verblijfplekken zijn meestal speciale huizen, hotels, campings of vakantieparken. Wanneer hun werk wegvalt, verliezen ze die woonruimte vaak. Vanwege de taal, hun beperkte netwerk en onvoldoende kennis van de voorzieningen en het systeem in Nederland, komen deze mensen sneller in de financiële problemen. Zij leven vaker onder het bestaansminimum. Hun rechten zijn soms net even anders, dus lees je goed in. 

Wat kun je doen?

  • Wijs arbeidsmigranten op de Checklist gelijke behandeling EU-burgers: Arbeidsmigratie in goede banen. Het Leger des Heils kan hen ondersteunen bij juridisch advies over sociale en verblijfsrechten. Voor arbeidsgerelateerde rechten kunnen zij terecht bij FairWork en de speciale afdeling Arbeidsmigranten van Het Juridisch Loket.
  • Wanneer er geen inkomen is, hou dan rekening met het recht op gelijke behandeling. Gebruik de eerder genoemde checklist voordat je een inkomensvoorziening aanvraagt. Het risico bestaat dat iemand wordt uitgezet als er onvoldoende rechten zijn opgebouwd.
  • Wees alert op mogelijke uitbuiting door of (informele) schulden bij de werkgever of intermediair.
  • Breng in kaart op welke plekken veel arbeidsmigranten verblijven en laat daar flyers of posters achter over hulp bij geldzorgen, liefst in verschillende talen.
  • Voor financiële vragen kunnen arbeidsmigranten terecht bij een aantal Informatiepunten van WorkinNL (WIN-punten).  
  • Neem contact op met grote werkgevers in de buurt of met uitzendbureaus, zoals ABU en NBBU. Leg uit hoe zij mensen met geldzorgen naar jou kunnen doorverwijzen.
  • Kijk of er een Buurthuiskamer van het Leger des Heils in de buurt is. Zij bieden soms maaltijden en praktische hulp aan. Andersom kun je met hen afsprken dat zij bezoekers doorverwijzen naar financiële hulp.
  • Wees alert op de zorgverzekering, soms heeft de werkgever deze afgesloten en betaalt deze ook. Na ontslag wordt de zorgverzekering direct gestopt. Hulpvragers zijn daar niet altijd van op de hoogte.

TIP

Tip.svg

Wanneer een dak- en thuisloos persoon met kinderen geen inschrijving op een adres heeft, kun je ze niet direct helpen. Nationaal Fonds Kinderhulp helpt ook kinderen en jongeren tot 21 jaar oud zonder inschrijfadres met bijvoorbeeld kleding of andere noodzakelijke spullen. Een maatschappelijke organisatie, zoals een (jeugd)hulpverlener, wijkteam, gemeente of bewindvoerder, kan hiervoor een aanvraag doen. Om hulp aan te vragen voor een kind of jongere kun je aanvrager worden bij Kinderhulp.

Briefadres

Iemand die dak- en thuisloos is, heeft snel een briefadres nodig. Zonder inschrijving heb je geen recht op een uitkering en sociale voorzieningen en kun je geen zorgverzekering afsluiten of studiefinanciering aanvragen. Wanneer iemand geen briefadres heeft, ontstaan snel grote geldzorgen en is het moeilijker om hulp te bieden. Bij sommige gemeenten kan dit binnen een week geregeld worden, bij andere gemeenten duurt het veel langer en worden allerlei bewijsstukken opgevraagd.

Wat kun je doen?

  • Ga na welke eventueel al betrokken hulpverlener dit oppakt of kan oppakken. Het past niet direct bij de rol van financieel hulpverlener om dit op te pakken, maar het is wel een noodzakelijke stap.
  • Informeer of er al een aanvraag voor een briefadres is gedaan of help de cliënt met het aanvragen ervan. Vanaf 1 januari 2022 zijn gemeenten verplicht om een inwoner zonder vast woon- of verblijfadres die zelf geen briefadresgever kan vinden, ambtshalve in te schrijven met een briefadres in de BRP. Lees hiervoor de Handleiding briefadressen en het voorkomen van dakloosheid van Divosa.
  • Verken de mogelijkheid voor een briefadres bij een particulier, familie of vrienden. Als iemand een bijstandsuitkering ontvangt, hebben gemeenten de mogelijkheid om maatwerk te leveren (art. 18 lid 1 van de Participatiewet). Een voorbeeld hiervan is de kostendelersnorm buiten beschouwing laten in geval van crisissituaties, zoals (dreigende) dakloosheid. Controleer welke regels gelden in de gemeente van de hulpvrager.
  • Verken de mogelijkheid om een camping of recreatiepark te registreren als feitelijk woonadres. Soms gedogen gemeenten dit, ook als deze plek geen woonbestemming heeft in het bestemmingsplan.
  • Wanneer gemeenten dit niet snel oppakken of onredelijke eisen stellen, geef dit dan door aan een nader te bepalen partij, in eerste instanties dachten we een Valente, maar vanuit MinVWS wordt aangegeven dat het logischer zou zijn om het door te geven aan VNG of aan de Rijksdienst voor identiteitsgegevens: Contact met RvIG | RvIG
  • Maak afspraken over het ophalen, bijhouden en verzamelen van de post. Wanneer de post niet regelmatig wordt opgehaald, kan de gemeente besluiten het briefadres te stoppen. Het bijhouden van de post is ook belangrijk om inzicht te krijgen in iemands financiële situatie en om betalingsproblemen snel op te lossen. Het helpt om de afspraken te plannen bij de plek waar ook de post binnenkomt en dan samen de post op te halen en door te nemen. Zorg voor een rustige plek, waar je eventueel samen kunt bellen met instanties als de post daar aanleiding toe geeft.

Eerste prioriteit: slaapplek en maaltijd

Voor dak- en thuisloze mensen zijn een slaapplek voor de nacht en een maaltijd meestal belangrijker dan een oplossing voor geldzorgen en schulden. Maar voor iemands toekomst is dit wel van belang en iedere stap is winst. Het aanvragen en activeren van een uitkering, bankrekening, zorgverzekering of DigiD lijkt voor jou als financieel hulpverlener misschien een kleine stap, maar voor de hulpvrager is het een heel grote stap. In sommige situaties lukt het ook om betalingsachterstanden op te lossen en schulden te regelen.

Wat kun je doen?

  • Wees je ervan bewust dat dak- en thuisloze mensen vaak vooral aan het overleven zijn en dat het vinden van een slaapplaats en een maaltijd hun eerste prioriteit is.
  • Je wint vertrouwen door te helpen bij praktische zaken die op dat moment prioriteit hebben. Denk aan het regelen van inkomen (zie ook het aandachtspunt ‘Inkomen’ in het hoofdstuk Intake
  • Breng in kaart of andere hulpverleners al betrokken zijn en wie dat zijn. Houd er rekening mee dat je vaak de ‘zoveelste’ hulpverlener bent die iemand ziet. Ga daarom samen met andere hulpverleners na wie de regie heeft en wie de praktische zaken oppakt. Zorg dat voor de hulpvrager duidelijk is wie wat doet.
  • In sommige gevallen ben je de eerste hulpverlener waarmee de hulpvrager contact heeft. Werk dan aan vertrouwen, zodat het ook gemakkelijker wordt om andere hulpverleners toe te laten zodra dat nodig is.
  • Laat los dat er snel een oplossing moet komen voor de betalingsachterstanden en schulden. In contact blijven en vertrouwen opbouwen zijn belangrijker dan direct de schulden oplossen.
  • Een vorm van inkomensbeheer kan rust geven. Bij beschermingsbewind is gelijk de financiële administratie geborgd.

Moeilijk bereikbaar

Dak- en thuisloze mensen zijn niet altijd makkelijk bereikbaar. Ze soms wel en soms geen mobiele telefoon, ze wisselen vaker van telefoonnummer en als er al een vast postadres is, wordt dit niet altijd goed bijgehouden. Een mailadres of toegang tot internet of (digitale) agenda’s is niet vanzelfsprekend. Bovendien heeft niet iedereen hetzelfde ritme – het dag- en nachtritme kan verstoord zijn door het leven op straat.

Wat kun je doen?

  • Maak afspraken over hoe je contact houdt. Een inloopspreekuur bij een opvanglocatie kan een prettige manier zijn, zodat de hulpvrager langs kan komen wanneer hij of zij dat nodig vindt.
  • Maak snel een vervolgafspraak, laat er niet te veel tijd tussen zitten.
  • Geef niet op als de hulpvrager niet komt opdagen op het afgesproken tijdstip en niets van zich heeft laten horen. Mogelijk kwam er iets tussen en was er net een andere telefoon in gebruik genomen.
  • Probeer ook mensen te bereiken die niet in de opvang verblijven en met hen in contact te komen. Denk bijvoorbeeld aan niet-conventionele woonplekken, zoals auto's, campers, bootjes of schuurtjes, of aan mensen die bij anderen logeren. Het komt vaak voor dat ze na een tijdje alsnog op straat of in de opvang komen.
  • Laat standaard wat tijd vrij in je agenda zodat je nog diezelfde week afspraken kunt inplannen zodra de hulpvrager contact opneemt.
  • Wees flexibel in de tijden waarop je beschikbaar bent en houd rekening met de tijden waarop de hulpvrager bereikbaar is.
  • Houd contact met hulpverleners op de locaties waar de hulpvrager regelmatig komt. Laat hem of haar van tevoren een toestemmingsverklaring tekenen waarin je afspreekt dat de hulpverleners onderling informatie mogen delen.

TIP

Tip.svg

Stadsring in Amersfoort houdt op vaste tijden een inloopspreekuur op verschillende locaties van de daklozenopvang, zoals Kwintes, Leger des Heils en de Kleine Haag (onderdeel van Roads). De bezoekers van die locaties krijgen een flyer om naar het inloopspreekuur te komen (Word, 109 kB). De begeleiders ter plaatse verwijzen vaak door en als de situatie erom vraagt, zijn ze aanwezig bij een eerste gesprek.

Het spreekuur is heel laagdrempelig en er kunnen ook vervolgafspraken gepland worden. Op sommige locaties ontvangen mensen ook hun post, die kan er tijdens het spreekuur direct bij gepakt worden. Stadsring is ook regelmatig aanwezig bij Motiva straatadvocaten om daar heel informeel koffie te drinken. Alleen al het laten zien van je gezicht straalt uit dat het niet zo spannend hoeft te zijn om hulp te zoeken.

Hulpmiddelen

naar boven