Overslaan en naar de inhoud gaan

Werkwijzer Dak- en thuisloze mensen

Netwerk

Vaak hebben dak- en thuisloze mensen geen groot netwerk. Familie en vrienden zijn niet altijd in beeld en ze hebben weinig mensen die hen vooruit kunnen helpen. Mogelijk hebben gewelddadige situaties of conflicten met familie of huisgenoten zelfs geleid tot het verlies van woonzekerheid. Als hulpverlener blijf je ook niet altijd in beeld. Kijk daarom ook naar het netwerk van de dak- en thuisloze persoon voor nu en later.

Wat kun je doen?

  • Maak onderscheid tussen het informele en het professionele netwerk. Als financieel hulpverlener kun jij je vooral richten op het professionele netwerk. Je startpunt hiervoor kan de klantbegeleider vanuit de uitkering zijn.
  • Betrek andere hulpverleners wel bij het in kaart brengen, versterken of opbouwen van een informeel netwerk. Een sociaal werker kan bijvoorbeeld kijken hoe de positieve relaties versterkt en de negatieve verminderd kunnen worden.
  • Vragen naar het informele netwerk kan nuttig zijn binnen de financiële hulp. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot snelle resultaten, zoals relatieherstel met familie en vrienden. Ook kan het een gesprek opleveren over bijvoorbeeld de wens om de criminaliteit te verlaten of te breken met slechte invloeden. Het kan dus helpen voor andere oplossingen. Hier kun je andere hulpverleners bij inschakelen. Ook vrijwilligers kunnen hierbij helpen, zoals van Humanitas, SchuldHulpMaatje of het Leger des Heils. Als financieel hulpverlener bouw je een band op én verwijs je door.

Samenhang leefgebied gezondheid

Een deel van de dak- of thuisloze mensen heeft te maken met mentale of fysieke gezondheidsproblemen. Deze kunnen de oorzaak zijn van het verlies van woonzekerheid. Omgekeerde kan dak- en thuisloosheid leiden tot een toename van de gezondheidsproblemen.

Wat kun je doen?

  • Houd er rekening mee dat de verslechterde gezondheid invloed kan hebben op het nakomen van afspraken. Vraag de situatie op de verschillende leefgebieden goed uit, verwijs mensen waar mogelijk door en werk nauw samen met betrokken hulpverleners ten aanzien van andere problemen.
  • Wanneer sprake is van verslavingsproblematiek, verwijs dan door naar een lokale hulpverlener of neem contact op met Jellinek voor het vinden van de juiste hulp.
  • Voor veel dak- en thuislozen mensen is mondzorg een probleem. Door een maatwerkbudget voor een tandartsafspraak aan te vragen, de mogelijkheden van een budget uit een noodfonds te onderzoeken of samen naar een straattandarts te zoeken, kun je de hulpvrager een concrete oplossing en een gevoel van winst bieden.
  • Zoek waar mogelijk samen naar beschikbare sociale en medische zorg. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de Daklozen Zorgkaart van Doctors for Homeless.

Houding

Het stereotype beeld van een dakloos persoon strookt niet met de werkelijkheid. Dak- en thuisloze mensen hebben diverse problemen en wisselende behoeften. Hun vertrouwen in hulpverlening is laag of ontbreekt zelfs helemaal. Ze kunnen vervelende ervaringen hebben, van loket naar loket zijn verwezen, of bang zijn voor de gevolgen van hulp (voor henzelf of de mensen bij wie ze verblijven). Om goed verbinding te kunnen maken, is het belangrijk aandacht te hebben voor je eigen houding als hulpverlener.

Wat kun je doen?

  • Het belangrijkst is dat jij naast de dak- en thuisloze persoon gaat staan, met een open en onbevooroordeelde houding.
  • Oordeel niet over het ontstaan van de problemen of de keuzes die iemand maakt. Je mag gedrag afkeuren, maar niet de persoon.
  • Een flexibele hulpverlener herinnert de hulpvrager aan afspraken en biedt alternatieve momenten of locaties om af te spreken. Bespreek wat werkt voor de hulpvrager. Komt iemand te laat of helemaal niet, reageer dan niet afwijzend maar zoek naar een nieuwe oplossing.
  • Wees betrouwbaar en eerlijk: vertel duidelijk wat jij wel en niet voor iemand kunt betekenen.
  • Laat niet los. Als hulpverlener heb je soms een lange adem nodig om in contact te blijven, met alle problemen die daarbij horen. Zo kan het voorkomen dat gedragsproblemen, door diverse oorzaken, in de weg staan van goede hulpverlening. Dan kan het belangrijker zijn om in contact te blijven dan om (direct) te werken aan gedragsverandering.

TIP

Tip.svg

Bij incidentele noden kun je soms ook een beroep doen op een kerkelijke caritas-werkgroep of diaconie binnen een gemeente. Niet alle kerken werken op dezelfde manier, maar vaak is incidentele steun mogelijk tot een bepaald bedrag. Denk hierbij aan de kosten voor een ID-bewijs, kleding of een bril of het verstrekken van boodschappenbonnen in afwachting van toekenning van de uitkering.

Lage basisvaardigheden

Sommige dak- en thuisloze mensen hebben een licht verstandelijke beperking en/of lage basisvaardigheden, zoals laaggeletterdheid, beperkte financiële geletterdheid of beperkte digitale vaardigheid. Dit maakt het voor hen extra moeilijk om te kunnen overzien welke stappen ze moeten zetten en hoe ze in actie moeten komen.

Wat kun je doen?

  • Bespreek met andere hulpverleners waar extra ondersteuning nodig en mogelijk is, zoals het inzetten van inkomens of budgetbeheer. Mogelijk zijn er maar weinig vaste lasten te beheren, maar dit kan wel rust bieden. Wanneer de stress afneemt, kun je samen werken aan meer vaardigheden om dit zelf weer te op te pakken.
  • Zet een tolk in als er een taalbarrière is. De werkwijzer interculturele hulpvragers van de NVVK geeft je tips hiervoor bij het aandachtspunt ‘Meertalige communicatie’.
  • Houd je kennis over laaggeletterdheid up-to-date. Volg bijvoorbeeld de e-learning Aanpak van laaggeletterdheid of lees meer over armoede, schulden en laaggeletterdheid bij de stichting Lezen en Schrijven.
  • Probeer je boodschap op een andere manier over te brengen, bijvoorbeeld door te tekenen of infographics te gebruiken. Je kunt leren om je boodschap op die manier over te brengen door een cursus te volgen, zoals Teken je mee of Teken je boodschap.
  • Maak gebruik van de e-learning Armoede en schulden van Valente. Er zijn extra modules beschikbaar, zoals 'Vrouwenopvang’ en ‘Financiële begeleiding van mensen met een LVB’.

Hulpmiddelen

naar boven