Collectieve culturen
Veel interculturele hulpvragers zijn verbonden aan collectivistische culturen. Die hebben andere kenmerken dan de in Nederland dominante individualistische cultuur.
Die verschillen zie je ook terug in bijvoorbeeld de wet- en regelgeving en het incassostelsel. In Nederland is de individuele verantwoordelijkheid daarbij het uitgangspunt. In collectivistische culturen wordt juist veel belang gehecht aan gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om elkaar te ondersteunen. Dit betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat mensen geld sturen naar familie in het buitenland, samen betalen voor de bruiloft van een familielid of een lening afsluiten om de kinderen te helpen. Ook rust een taboe op het vragen van kostgeld aan meerderjarige inwonende kinderen.
Deze keuzes kunnen ten koste gaan van de eigen financiële situatie – die wordt ervaren als minder belangrijk. Dit botst met regels en richtlijnen in de schuldhulp.
Wat kun je doen?
- Leer situaties herkennen waarin regels van de schuldhulp botsen met culturele en/of financiële keuzes van hulpvragers. Door hierover in gesprek te gaan met organisaties die hier meer kennis over hebben, vergroot je je eigen vakmanschap.
- Leg de regels en eisen van schuldhulp begrijpelijk uit. Verken samen waar deze botsen met keuzes die de hulpvrager maakt. Door erachter te komen welke waarden achter deze keuzes zitten, maak je het bespreekbaar.
- Veroordeel de keuzes niet, respecteer culturele verplichtingen en wijs op het belang van financiële stabiliteit. Samen zoek je naar alternatieve oplossingen, zoals kennissen of stichtingen vragen om het financieel ondersteunen van familie in het buitenland tijdelijk over te nemen.
- Je kan hierbij hulp vragen aan het Nationaal Zakat Fonds, het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT), het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) of stichting Ocan, die zich richt op Caribische Nederlanders.
- Bespreek samen welk gedrag en welke keuzes aangepast kunnen worden ten behoeve van de schuldregeling. Wees niet dwingend en houd rekening met de autonomie van de hulpvrager.