Kamerleden krijgen brief van NVVK

Schermafdruk 2019-10-02 13.00.20.png02 oktober 2019

De Kamerleden die schuldenbeleid in hun portefeuille hebben, ontmoeten binnenkort (10 oktober) staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om met haar te praten over de voortgang van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet. Wij stuurden de Kamerleden een brief over punten die wij belangrijk vinden.

Geachte leden van de commissie SZW,

Wij schrijven u deze brief met het oog op het Algemeen Overleg van 10 oktober 2019. Uw commissie bespreekt dan de voortgang van de Brede Schuldenaanpak van het kabinet. In deze brief benoemen wij een aantal zaken die wij graag gerealiseerd zouden zien.

De NVVK vertegenwoordigt meer dan 90% van de uitvoerders van schuldhulpverlening in ons land. Ons werk is van groot belang voor mensen met schulden en hun omgeving, en ook voor heel Nederland. Want elke euro die we investeren in schuldhulpverlening, levert 2 euro rendement op.

Ons dagelijks werk is om mensen met geldproblemen perspectief te bieden. Ondanks al onze inspanningen lukt dat nog onvoldoende. Het is voor ons een grote zorg dat het aantal huishoudens met langdurige financiële problemen de afgelopen jaren niet daalde, maar steeg tot ruim een half miljoen (Nibud 2019). In een tijd van economische voorspoed is dit een schrijnend gegeven waar wij ons niet bij neer mogen leggen.

Wat doen we zelf?

Als NVVK werken wij aan een Basisnorm Schuldhulpverlening. Dat doen wij samen met de VNG. Deze Basisnorm gaat niet alleen gelden voor onze leden, maar voor de hele sector. Hij zorgt ervoor dat overal in Nederland hetzelfde niveau van schuldhulpverlening beschikbaar komt.

De Basisnorm bepaalt onder andere dat de behoeften van mensen met schulden leidend zijn bij de inrichting van de schuldhulpverlening. Praten over geldzaken met een onafhankelijke deskundige wordt normaal in Nederland, en burgers gaan ervaren dat hun problemen ook echt opgelost worden.

Daarmee legt de Basisnorm ook voor onszelf de lat hoger. Wij ontwikkelen daarvoor ons vakmanschap en professionaliseren schuldhulpverlening verder.

Ons huidige Kwaliteitskader vernieuwen wij. Dat Kwaliteitskader is leidend voor het toekennen en behouden van het lidmaatschap van de NVVK. In de praktijk gelden onze lidmaatschapsvoorwaarden voor de hele branche als hét keurmerk voor goede dienstverlening.

Het nieuwe Kwaliteitskader stimuleert onze leden om zich continu te verbeteren. Zo worden wij effectiever en bereiken wij duurzamere resultaten. In het voorjaar van 2020 voeren wij de eerste audits uit op basis van dit nieuwe Kwaliteitskader.

Het samenwerkingsverband Schouders Eronder, waar de NVVK in deelneemt, ontwikkelt competentie- en beroepsprofielen om ons vakmanschap te vergroten. De profielen worden in overleg met de NVVK opgesteld door Sociaal Werk Nederland, één van de partners in Schouders Eronder.

Wat vragen wij aan u?

Er is een aantal zaken die erg belangrijk zijn voor goede hulpverlening aan mensen met schulden. Vanuit onze expertise brengen wij ze hier onder uw aandacht.

1. Keer toeslagen weer direct uit aan leveranciers

Het huidige Toeslagenstelsel is een grote bron van schulden. De Belastingdienst is daardoor een van de grootste schuldeisers. Ongeveer 1/3e van haar vorderingen betreft toeslagschulden. Dat zou alleen al voldoende reden moeten zijn het huidige systeem ingrijpend aan te passen.

De NVVK is voorstander van het samenvoegen en direct uitbetalen van toeslagen aan de leverancier van de betrokken diensten.

Sinds de aanvang van dit kabinet pleiten wij al voor groot onderhoud van het huidige stelsel. Het zou helpen als een volgend kabinet deze uitdaging expliciet oppakt en dit kabinet door u kan worden aangezet hiertoe de voorbereidingen te treffen.

Het stopzetten van een toeslag is ingewikkeld, ervaren onze leden. Wij bepleiten daarom de introductie van een simpele ‘stopknop’ op de site van de Belastingdienst.

2. Geef gemeenten voldoende handelingsvrijheid

Een aantal grote bewindvoeringskantoren die maatschappelijk willen werken, sluit zich aan bij onze vereniging. Een nieuwe ontwikkeling, waardoor wij ook in deze sector leidend worden in het werken aan goede financiële zorgverlening. Onze ambitie is dat bewind onder de vleugels van de NVVK de kwaliteitsnorm zet voor dit werk.

Vanuit deze betrokkenheid schetsen wij onze visie op de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind. Deze wet beoogt de regierol van gemeenten bij de toelating tot beschermingsbewind te versterken. Gemeenten mogen de rechter adviseren over de gewenste begeleiding van de betrokken cliënt.

Het opstellen van een objectief advies aan de rechtbank vraagt de nodige inspanning van gemeenten. Daarom moet het Rijk zijn verantwoordelijkheid nemen en zorgen voor goede financiering. Alleen dan kunnen gemeenten hun rol op dit gebied waarmaken. Daarnaast is het van belang dat de wet gemeenten de ruimte laat voor lokale initiatieven en afspraken tussen betrokken partijen: bewindvoerders, rechtbanken en gemeenten.

3. Versnel de totstandkoming van het overheidsregister Incasso-ondernemingen

Met enige zorg namen wij kennis van het rapport ‘Misstanden Incassomarkt’ (Panteia 2019). Net als Panteia denken wij dat het aantal klachten dat bij de incassobranche gemeld wordt, het topje van de ijsberg is.

De rapporteurs schrijven dat het van belang is dat consumenten weten waar zij een klacht kunnen melden. De ervaring van de NVVK-leden is dat dit nu niet het geval is. Wij vinden het daarnaast verontrustend dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een stijgend aantal klachten ontvangt over incassobedrijven.

De NVVK pleit daarom voor een hoger tempo bij de invoering van het al aangekondigde Incassoregister. Maatschappelijk verantwoord incasseren geeft minder stress bij mensen met schulden. Ze krijgen meer zicht op wat er moet gebeuren en waar ze moeten zijn bij klachten.

4. Laat overheidsschuldeisers aansluiten bij het Schuldenknooppunt

Met subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) werkte de NVVK de afgelopen twee jaar aan één manier van digitaal communiceren tussen schuldhulpverleners en schuldeisers: het Schuldenknooppunt.

Het is een belangrijke stap vooruit om mensen in schulden effectiever en efficiënter te helpen met het oplossen van hun schulden. Inmiddels is de techniek beproefd in een testomgeving en werken de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de NVVK samen aan de landelijke totstandkoming.

De gegevensuitwisseling via het Schuldenknooppunt wint aan kwaliteit, uniformiteit, snelheid en veiligheid. Wij kunnen straks veel sneller de exacte schuldenlast van mensen in beeld brengen en eerder werken aan een oplossing. Het Schuldenknooppunt gaat naar verwachting in 2020 berichten uitwisselen tussen schuldhulpverleners en schuldeisers.

Publieke schuldeisers als het CJIB, de Belastingdienst, het CAK, DUO, UWV en de SVB vormen 60 procent van alle schuldeisers. Bij een aantal van hen nemen wij helaas een afwachtende houding waar, terwijl meedoen voor iedereen (dus ook de overheid) de kosten van het incassoproces verlaagt.

Volgens ons kan het niet zo zijn dat publieke schuldeisers deze vooruitgang hinderen door niet aan te haken bij het Schuldenknooppunt. Wij vragen u het kabinet ertoe op te roepen bij te dragen aan het succes. Het is belangrijk dat de Kamer dit aanjaagt. Zo kan staatssecretaris Van Ark met volle steun en mandaat van uw Kamer de samenwerking afdwingen, in het belang van schuldeisers en mensen met schulden.

5. Maak een einde aan juridische belemmeringen voor goede schuldhulpverlening

Het rapport ‘Aansluiting gezocht’ (Berenschot 2019) concludeert dat er verschillende juridische belemmeringen zijn voor schuldhulpverleners.

Wanneer iemand met schulden ‘onvoldoende heeft meegewerkt’ aan de informatie-plicht, blokkeert artikel 60c van de Participatiewet gemeenten die graag meewerken aan een minnelijke schuldregeling voor de betrokkene.

Het gevolg is dat gemeenteambtenaren elkaar regelmatig treffen voor de rechtbank. Wij vragen u deze verspilling van overheidsgeld zo snel mogelijk te stoppen.

Daarnaast zijn er rijksoverheid-schuldeisers die door wettelijke bepalingen niet mee mogen werken aan een minnelijke schuldregeling. Het CJIB mag bijvoorbeeld niet meewerken wanneer de CJIB-vordering een schadevergoeding aan een slachtoffer betreft. De oplossing is volgens ons: geef het CJIB hiervoor toestemming wanneer de voorwaarde geldt dat (in geval van een schadevergoeding) die specifieke vordering niet kwijtgescholden zal worden (zogenaamde ‘finale kwijting’).

Bij het UWV en de SVB gelden vergelijkbare problemen. Ze worden genoemd in het rapport ‘Knellende schuldenwetgeving’ (Jungmann e.a., 2018). Met de conclusies en aanbevelingen uit dit zorgwekkende rapport is volgens ons op dit punt nog weinig gedaan.

6. Verbeter het toezicht op de branche van financiële hulpverleners

Regelmatig horen en lezen wij verhalen over malafide financiële hulpverleners die zich bezighouden met budgetbeheer, bewindvoering en schuldhulpverlening. Het toezicht op schuldhulpverlening tegen betaling valt onder de Wet op het consumentenkrediet (Wck) en is een taak van het Bureau Economische Handhaving (BEH). Dat bureau is onderdeel van de Belastingdienst, maar valt binnenkort onder het ministerie van SZW.

Die verandering is een goede gelegenheid de inrichting van het toezicht door het BEH te herzien. Het bureau heeft op dit moment onvoldoende bevoegdheden. Zij kan alleen proces-verbaal opmaken van haar bevindingen. Daarna is zij afhankelijk van actie door het Openbaar Ministerie en de politie.

Wij pleiten er daarom voor dat het BEH net als de AFM, de ACM en de FIOD verdergaande bevoegdheden krijgt om dubieuze activiteiten tijdelijk te stoppen in afwachting van nader onderzoek.
Daarnaast biedt de Wck nu nog te veel ruimte aan malafide financiële hulpverleners. Wij pleiten voor herziening op dit punt, zodat met beter toezicht malafide clubs aangepakt kunnen worden.

7. Plaats wettelijk en minnelijk traject onder één ministerie

Het rapport ‘Aansluiting gezocht’ legt er de vinger bij dat nu twee ministeries betrokken zijn bij minnelijke en wettelijke schuldhulpverlening. Zelf zien wij scherp de noodzaak om intensief samen te werken met ketenpartners. Dat adviseert het rapport ook, met het oog op de belangen van schuldeisers en mensen met schulden.

Onze oproep aan u is: plaats de Wsnp en Msnp (dus het wettelijke en minnelijke traject) onder één ministerie en zorg ervoor dat ‘the best of both worlds’ samenkomen. Gelukkig is een persoonlijk faillissement voor slechts een klein deel van de schuldenaren de aangewezen route. Steeds vaker zijn we vroeg bij de problemen en kunnen wij schulden minnelijk oplossen.

Wij herkennen ons in de reactie van staatssecretaris Van Ark op het rapport ‘Aansluiting gezocht’, en haar inzet op de kwaliteit van dienstverlening en vakmanschap. Dat past in een traject van vernieuwing en heroriëntatie. De NVVK beschouwt dit als opgave voor de hele branche en levert er met veel energie haar bijdrage aan.

Tot slot: een radicaal voorstel

Wij zien kansen voor een radicaal andere aanpak van de hardnekkige problematiek van langdurige en vaak oninbare schulden. Volgens ons is het nu het goede moment voor de oprichting van een Nationaal Schuldsanering Fonds.

Hoe dat werkt? De overheid krijgt dezer dagen geld toe op leningen. Waarom zouden wij de opbrengst ervan niet aanwenden om problematische schulden te saneren? Het voorkomt jaarlijks honderdduizenden euro’s - maatschappelijke - uitgaven op het gebied van incasso, schuldhulpverlening en zorg. Wij gaan graag met u in gesprek om deze structurele oplossing voor het schuldenprobleem nader toe te lichten.

Met vriendelijke groet,

Marco Florijn Voorzitter NVVK

« Terug

Naar boven